Kantonrechter Utrecht 24-10-2001 (De Jonge), JAR 2002, 30


Onkostenvergoeding (Studiekosten). Studiekosten.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 30.

De werknemer is van 1 januari 1999 tot 1 februari 2000 bij de werkgever in dienst geweest als software ontwikkelaar tegen een salaris van NLG 3.800,-- per maand. Van 15 september 1998 tot 1 januari 1999 is de werknemer in dienst geweest van AIT Detacheringen B.V. Art. 13 van de arbeidsovereenkomst tussen partijen bepaalt dat, indien de werknemer het dienstverband beëindigt binnen drie jaar, hij de gemaakte opleidingskosten ad NLG 40.000,-- aan de werkgever moet vergoeden. Per gewerkte maand wordt dit bedrag verminderd met NLG 1.166,66. De arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en AIT bepaalde dat gedurende de eerste 16 maanden naar verwachting een studieschuld van NLG 40.000,-- zou worden opgebouwd. Deze zou moeten worden terugbetaald bij voortijdige beëindiging van het dienstverband. De werkgever stelt dat hij de studieschuld aan AIT heeft voldaan. Hij vordert nu terugbetaling door de werknemer van het volgens hem nog te betalen bedrag van NLG 26.000,--. Bij de werkgever zelf heeft de werknemer geen opleiding genoten. De kantonrechter overweegt dat niet is gebleken dat de werkgever een bedrag van NLG 40.000,-- ten behoeve van opleiding van de werknemer aan AIT heeft voldaan. Voor zover deze vergoeding zou zijn betaald in het kader van de aandelenkoop is het bovendien een vordering die aan de moedermaatschappij (holding) van de werkgever toekomt. Nu de werknemer slechts drieënhalve maand bij AIT heeft gewerkt en heeft gesteld geen noemenswaardige opleiding te hebben gekregen, is volstrekt onwaarschijnlijk dat NLG 40.000,-- aan opleidingskosten voor hem is betaald. Aangezien niet is komen vast te staan dat de werkgever opleidingskosten voor de werknemer heeft gemaakt of vergoed, staat de redelijkheid en billijkheid in de weg aan zijn vordering. Wel dient de werknemer aan hem één maandsalaris te betalen, nu aannemelijk is dat de werkgever niet met ontslag op termijn van een maand zou hebben ingestemd indien de werknemer niet zou hebben toegezegd dat zijn nieuwe werkgever de studieschuld zou voldoen (wat deze niet heeft gedaan).

Verder lezen
Terug naar overzicht