Kantonrechter Wageningen 20-10-1999, JAR 1999, 245 (Misdorp)


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Ziekte (frequent verzuim). Goed werkgeverschap. Schadeloosstelling (C=3).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 245.

Een 25-jarige heftruckchauffeur (bijna drie jaar in dienst, salaris NLG 2.893,38 bruto per maand) verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, die werkgever te verwijten is. De werkgever heeft de werknemer, die vaak verzuimt wegens ziekte, ontslagen omdat hij zich niet aan de afspraken zou hebben gehouden. Als de werknemer de nietigheid inroept, wordt hij weer tot het werk toegelaten, doch niet in zijn oude functie. Hij moet allerlei klussen doen en raakt daardoor weer arbeidsongeschikt. Na sommatie tot toelating tot zijn normale werk, blijkt dat zijn functie is vergeven aan een collega. De werknemer stelt dat de werkgever zich niet als goed werkgever heeft gedragen en verzoekt een vergoeding van NLG 28.123,-- bruto (C=3). De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden en overweegt met betrekking tot de vergoeding, dat hoewel de werknemer vaak ziek is, niet is gebleken dat hij simuleert. Als hij wordt gecontroleerd, is hij ziek en is hij beter dan gaat hij weer aan het werk. Mogelijk hebben collega's moeite met het ziekteverzuim, doch het is aan de werkgever dit op te vangen en dit te begeleiden. De ontslagbrief, het opdragen van vervelende klussen en het weggeven van werknemer's functie, getuigen niet van goed werkgeverschap. Het is duidelijk dat de werkgever de werknemer kwijt wilde, hetgeen moet worden verdisconteerd in de vergoeding. Het kan niet zo zijn dat het voordeliger is een vaak zieke werknemer via een ontbinding met een kleine vergoeding af te vloeien dan die werknemer door te betalen tijdens ziekte. Toepassing van factor C=3 lijkt de kantonrechter billijk. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding zoals is verzocht.

Terug naar overzicht