Kantonrechter Wageningen 22-12-1999 (Misdorp), JAR 2000, 22


Concurrentiebeding (relatiebeding). Uitzendarbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 22.

Een IT-medewerker, werkzaam bij een werkgever die werknemers detacheert in de IT-branche, beëindigt tussentijds zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar om in dienst te treden bij een werkgever waar hij eerder heeft gewerkt via doordetachering. De ex-werkgever beroept zich echter op het relatiebeding. De werknemer vordert bij voorlopige voorziening schorsing van dit beding, respectievelijk van het concurrentiebeding en subsidiair een schadevergoeding ex art. 7:653 lid 4 BW. Anders dan de werknemer, acht de kantonrechter het relatiebeding in beginsel van toepassing, omdat de werknemer eerder via een opdrachtgever van oude werkgever bij de nieuwe werkgever gedetacheerd is geweest. Het beding is echter niet legitiem (zie Pres Rb Amsterdam 04-11-1999, JAR 1999, 246, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 89). De werknemer beroept zich terecht op de WAADI, waarbij de wetgever uitdrukkelijk heeft overwogen dat bedingen die de werknemer belemmeren in zijn vrije keuze van arbeid in het algemeen als bezwarend zijn te beschouwen en door de rechter vernietigd kunnen worden. Van belang is ook dat de uitzend-CAO, als verwante CAO, relatiebedingen als nietig kwalificeert. Voorts weegt het belang van de werknemer bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever zwaarder dan het belang van de werkgever, dat alleen bestaat uit omzetverlies vanwege het niet meer kunnen doorlenen gedurende twee maanden. Bovendien lag het risico van het niet meer kunnen genereren van omzet besloten in de mogelijkheid van tussentijdse opzegging. De kantonrechter wijst de vordering toe en schorst het relatiebeding.

Terug naar overzicht