Kantonrechter Zaanstad 12-06-2002 (Visser), JAR 2002, 180


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (C=4).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 180.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werkneemster - 36 jaar oud, één jaar in dienst, salaris € 4.907,64 bruto per maand inclusief vakantietoeslag - omdat haar functie als gevolg van reorganisatie komt te vervallen. De werkgever biedt een vergoeding aan conform het sociaal plan. De werkneemster maakt bezwaar tegen de ontbinding. Voor zover toch ontbonden zou worden, maakt zij aanspraak op een hogere vergoeding dan waar het sociaal plan in voorziet. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende gebleken van gewijzigde omstandigheden, die een voldoende gewichtige reden opleveren om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden. In het midden kan blijven of de reorganisatie of kritiek op het functioneren de reden is voor het ontbindingsverzoek, omdat er ook in het tweede geval sprake is van een onoplosbaar conflict. Ten aanzien van de vergoeding overweegt de kantonrechter dat aan de werkneemster bij indiensttreding een langdurig dienstverband is voorgespiegeld. Daarmee nam de werkgever een bijzondere verantwoordelijkheid op zich. Weliswaar werd de werkneemster daardoor niet gevrijwaard tegen ontslag, maar mocht zij, behoudens disfunctioneren, waarvan geen sprake is, in dat geval wel rekenen op een veel ruimere vergoeding dan met toepassing van de gebruikelijke kantonrechtersformule tegemoet mocht worden gezien. Dit geldt temeer, nu de werkneemster, zoals de werkgever wist, als alleenstaande werkende moeder een vaste dienstbetrekking prijsgaf. In onderhavig geval is toepassing van correctiefactor 4 billijk, waarmee de vergoeding, afgerond, neerkomt op € 20.000,-- bruto.

Terug naar overzicht