Kantonrechter Zaanstad 22-07-2002 (Van der Valk), JAR 2002, 236


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (factor A). Schorsing.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 236.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer - 55 jaar oud, afgerond vier jaar in dienst als assistent projectontwikkelaar, salaris € 4.950,-- bruto per maand - vanwege disfunctioneren en, mede in verband daarmee, een afgenomen werkaanbod. De werknemer is in 1997 op 50-jarige leeftijd werkloos geworden. Door bemiddeling van een kennis is hij in mei 1997 aangenomen als technisch manager bij een onderneming waarvan de werkgever 50% aandeelhouder is. Deze arbeidsovereenkomst is niet voortgezet wegens economische omstandigheden. In september 1998 is de werknemer gedetacheerd bij een 100% dochteronderneming van de werkgever. Daarna heeft hij per 1 februari 1999 een jaarcontract met de werkgever gekregen dat na korte tijd is omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. De werknemer verzet zich tegen de ontbinding en verzoekt subsidiair toekenning van een vergoeding rekening houdend met zijn dienstjaren vanaf 1997 en met zijn leeftijd. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst onder toekenning aan de werknemer van een vergoeding van € 29.700,-- bruto. Daartoe overweegt de kantonrechter dat het dienstverband bij de 50% dochteronderneming niet meetelt, nu de werknemer daar een andere functie had en de werkgever geen enkele invloed had op het werk dat de werknemer daar deed. Verder worden de jaren boven 50 niet dubbel geteld (maar voor 1,5). In een geval als het onderhavige, waarin een oudere werknemer niet langdurig bij dezelfde werkgever is gebleven in de periode waarin hij zich nog moest en kon ontwikkelen, en dat gemakkelijk ook elders had kunnen doen, is er geen reden om de jaren boven de 50 dubbel te tellen. Een rigoureuze toepassing van deze regel zou werkgevers (nog meer) demotiveren om relatief dure oudere werknemers in dienst te nemen. Aannemelijk is geworden dat er serieuze kritiek op het functioneren van de werknemer was. Niettemin komt aan hem een vergoeding toe met toepassing van correctiefactor 1 omdat de werkgever hem op weinig fraaie wijze op non-actief heeft gesteld en daarmee feitelijk ontslagen. (Zie ook Kantonrechter Utrecht 19-02-1997, JAR 1997, 75, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1997, blz. 19 en Kantonrechter Hilversum 22-10-1999, JAR 1999, 241, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 252).

Verder lezen
Terug naar overzicht