Kantonrechter Zwolle 16-02-1999, JAR 1999, 107 (Fikkers)


Overgang onderneming. Proeftijd.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 107.

Een werkgever neemt voor de duur van één jaar door middel van een huurcontract de activiteiten over van een hotel. Daarbij wordt eveneens een aantal op een lijst met naam en functie genoemde personeelsleden overgenomen. De werknemers die niet voorkomen op die lijst, blijven werknemers van het hotel. Eén van die werknemers, een locatiemanager, treedt één maand na de overname in dienst van de werkgever. Als de werkgever het dienstverband opzegt binnen de proeftijd, vordert de werkneemster een verklaring voor recht dat het ontslag nietig is en doorbetaling van loon. De werkneemster stelt dat er sprake is van overgang van onderneming en dat de werkgever geldt als rechtsopvolger van het hotel. Aangezien de werkzaamheden vrijwel dezelfde zijn gebleven, is het proeftijdbeding nietig. Het is de kantonrechter niet duidelijk hoeveel personeelsleden contractueel buiten de transactie zijn gehouden en welke functies ze bekleden. Daarom verlangt de kantonrechter van de werkneemster een lijst van deze personeelsleden. Als er geen sprake is van overgang van onderneming, dan is er een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten. Het antwoord op de vraag of rechtsgeldig een proeftijd kan worden overeengekomen hangt af van het antwoord op de vraag in hoeverre het inzicht van het hotel in de hoedanigheid en de geschiktheid van de werkneemster aan de nieuwe werkgever kan worden toegerekend. De werkneemster heeft hieromtrent niets aangevoerd en wordt in de gelegenheid gesteld dit alsnog te doen.

Terug naar overzicht