Keuze voor de margeregeling kan ook na afloop van het aangiftetijdvak worden herzien


Samenvatting

Belanghebbende heeft postzegels geleverd aan Z bv en heeft daarbij de globalisatieregeling (art. 28d Wet OB 1968) toegepast. Z heeft vervolgens de postzegels uitgevoerd en zou recht hebben gehad op volledige aftrek van aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Belanghebbende stelt geen gebruik te hebben gemaakt van de mogelijkheid te kiezen voor de normale regeling (art. 8 Wet OB 1968), omdat zij meende dat er sprake was van een negatieve marge en dat zij dus geen omzetbelasting verschuldigd was. Belanghebbende wil graag de gevolgen van haar handelwijze herzien, maar volgens de inspecteur is het hiervoor te laat nu het aangiftetijdvak reeds verstreken is.

Rechtbank Haarlem oordeelt dat belanghebbende geen creditfactuur heeft uitgereikt, waaruit kan worden afgeleid dat zij is teruggekomen van haar keuze voor de globalisatieregeling. De enkele intentie van belanghebbende om terug te komen op haar keuze is onvoldoende. Het hof oordeelt anders. De door belanghebbende gekozen handelwijze heeft cumulatie van omzetbelasting tot gevolg en leidt tot extra inkomsten voor de Staat. Het hof vindt dat de door belanghebbende voorgestane herziening moet worden toegepast. Als er geen herziening zou plaatsvinden, zou dat tot gevolg hebben dat de Staat ongerechtvaardigd wordt verrijkt. Belanghebbende wilde haar keuze herzien, maar heeft geen creditfactuur aan Z gestuurd, omdat dat volgens de inspecteur geen effect zou hebben op de naheffingsaanslag. Het niet sturen van een creditfactuur kan belanghebbende hierom niet worden tegengeworpen.

(Hoger beroep gegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht