Keuzerecht in de inkomstenbelasting (2014.10.3005)


In het Belastingplan 2014 heeft het kabinet voorgesteld om het keuzerecht af te schaffen. Het keuzerecht maakt vanaf 1 januari 2015 plaats voor een regeling voor buitenlands belastingplichtigen die hun inkomen geheel of nagenoeg geheel in Nederland verdienen. Met de voorgestelde regeling wenst het kabinet tegemoet te komen aan de bestaande bezwaren tegen het keuzerecht. De voorgestelde regeling treedt pas op 1 januari 2015 in werking. Het huidige keuzerecht is dus nog tot en met 31 december 2014 van belang. Dit geldt ook voor het in 2012 verschenen Besluit van de Staatssecretaris van Financiën (besluit van 2 juni 2012, inmiddels vervangen door het besluit van 26 april 2013). De auteur gaat in deze bijdrage in op de huidige regeling en de voorgestelde regeling en geeft daarbij zijn commentaar. 
De auteur beschrijft allereerst kort en bondig het huidige keuzerecht. Met het keuzerecht kan een buitenlands belastingplichtige in aanmerking komen voor een aantal faciliteiten waar een binnenlands belastingplichtige ook recht op heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om de (hypotheek)renteaftrek voor de eigen woning en de persoonsgebonden aftrek. Jaarlijks dient een buitenlands belastingplichtige in de aangifte inkomstenbelasting aan te geven of deze wel/niet gebruik maakt van het keuzerecht. Het keuzerecht kan gunstig zijn als een buitenlands belastingplichtige zijn inkomen nagenoeg geheel in Nederland verwerft. De inhaal- en terugploegregeling kunnen een verleend fiscaal voordeel in een later jaar terugnemen.
Het keuzerecht, de terugploeg- en inhaalregeling en het Besluit vervallen vanaf 1 januari 2015. Gezien de strijdigheid met het Europees recht is het volgens de auteur opvallend dat de regeling pas op 1 januari 2015 in werking treedt. Ter vervanging van het keuzerecht is een nieuwe regeling voorgesteld voor buitenlands belastingplichtigen waarvan het inkomen voor 90% of meer in Nederland wordt belast en die op grond van jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie een gelijke behandeling met binnenlandse belastingplichtigen verdienen. Deze groep belastingplichtigen wordt omschreven als ‘kwalificerende buitenlands belastingplichtigen’. Met de voorgestelde regeling is niet langer sprake van een keuze maar van een norm op grond waarvan een buitenlands belastingplichtige wel of niet kwalificeert voor de voorgestelde regeling. Van deze belastingplichtige wordt alleen het Nederlands inkomen in Nederland belast. Om voor de voorgestelde regeling in aanmerking te komen gelden specifieke voorwaarden. De auteur gaat op deze voorwaarden nader in en geeft vervolgens een schematisch overzicht waaruit het verschil tussen de huidige regeling en de voorgestelde regeling duidelijk wordt. 
De auteur geeft in zijn conclusie aan dat de nieuwe regeling ondanks een aantal kanttekeningen, eenvoudiger lijkt en beter aan lijkt te sluiten bij het Europees recht dan de huidige regeling. 

G. Smolders, Vp-bulletin 2013/12 (YP)

Verder lezen
Terug naar overzicht