Koerswijziging van Hoge Raad inzake proceskostenvergoedingen bij verzet


Samenvatting

Rechtbank Haarlem heeft het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. In verzet draait de rechtbank die beslissing terug. In de verzetuitspraak is geen aandacht besteed aan het verzoek van belanghebbende om toekenning van een proceskostenvergoeding voor de kosten van de verzetprocedure. In cassatie klaagt belanghebbende hierover. De Hoge Raad grijpt de zaak aan om zijn koers te wijzigen met betrekking tot proceskostenvergoedingen. De hoofdregel – bij een gehele of gedeeltelijke in-het-gelijkstelling van de belanghebbende, wordt een proceskostenvergoeding gegeven – heeft thans, in afwijking van vroegere rechtspraak, tevens te gelden indien het gaat om het rechtsmiddel van verzet, en ook indien de rechterlijke uitspraak op het punt waarop het beroep of het verzet gegrond is bevonden, niet door het bestuursorgaan is uitgelokt of is verdedigd. Aldus komen in alle gevallen de voor vergoeding in aanmerking komende kosten van een door een belanghebbende met vrucht aangewend rechtsmiddel voor rekening van het bestuursorgaan.

(Volgt vernietiging en verwijzing.)

Feiten

3.1. Belanghebbende heeft in haar verzetschrift de Rechtbank verzocht om toekenning van een vergoeding van de door haar in verband met het verzet gemaakte kosten. De Rechtbank heeft in haar uitspraak op het verzet geen aandacht besteed aan dit verzoek. Voor zover de klacht daartegen is gericht, heeft het volgende te gelden.

Geschil

In geschil is of belanghebbende recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de kosten van de verzetprocedure.

Rechtsoverwegingen

3.2. Indien een belanghebbende in een belastingzaak een rechtsmiddel aanwendt en dit ertoe leidt dat hij geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, geldt als hoofdregel dat het bestuursorgaan in de kosten van het geding wordt veroordeeld…

Verder lezen
Terug naar overzicht