Koop van twee percelen in casu één koop. Consequenties voor de extinctieve verjaring van de vordering van koper tot nakoming. Bezitsinterversie wordt in casu naar de letter niet door artikel 3:111 BW mogelijk gemaakt


Artikel 3:307 BW is slechts van toepassing op vorderingen tot nakoming van contractuele verbintenissen die in het geheel niet zijn nagekomen. Indien een zodanige verbintenis gedeeltelijk of anderszins gebrekkig is nagekomen, geldt de regeling van artikel 3:311 lid 1 BW. Dat betekent dat in casu de extinctieve verjaring van de vordering van koopster pas gaat lopen op het moment dat zij ontdekt dat zij te weinig heeft gekregen.

Het is een probleem hoe in casu de bezitsinterversie tot stand gekomen kan zijn gelet op de regeling van artikel 3:111 BW.

Casus

1. Verweerster en eiseres waren partners. Naar ik begrijp waren zij niet gehuwd. Zij hebben samengewoond in de woning die op 22 oktober 1985 door verweerster in eigendom was verkregen. Het betreft een vrijstaand huis met erf en tuin te V, gelegen op twee naast elkaar liggende kadastrale percelen gemeente V sectie A nummers 1 en 2, samen groot 13 aren en 17 centiaren. Het huis bevindt zich op het perceel 2, een gedeelte van het perceel 1, waarop een carport staat, maakt optisch deel uit van de bij het perceel 2 behorende tuin.

2. Verweerster is ongeveer 20 jaar ouder dan eiseres. Ter vermijding van de heffing van successierechten in geval van vererving van de eigendommen van verweerster aan eiseres zijn zij mondeling overeengekomen dat verweerster al bij leven bezittingen aan eiseres in eigendom zou overdragen. Blijkbaar dachten partijen dat de fiscale wetgeving van destijds daartoe mogelijkheden bood. Nu zou die rechtshandeling in ieder geval via de fictiebepaling van artikel 10 Sw belast zijn.

Op 9 mei 2001 is een akte van levering verleden. Die…

Verder lezen
Terug naar overzicht