Koop woning met uitgestelde levering is geen erfrechtelijke verkrijging


SW 1956

De Hoge Raad heeft geoordeeld (HR, 6 juni 2008, nr. 43.209, NTFR 2008/1235) dat de koop van een woning, met uitstel van levering geen fictieve erfrechtelijke verkrijging is. In de onderhavige casus had belastingplichtige de woning van zijn vader gekocht. In het koopcontract was bepaald dat de koopsom zou worden betaald bij ondertekening van de notariële akte, die uiterlijk zes maanden na het overlijden van vader zou worden gepasseerd.
De inspecteur stelde zich op het standpunt dat sprake was van een fictieve erfrechtelijke verkrijging in de zin van art. 10 SW 1956. De Hoge Raad was het evenwel hier niet mee eens. Aangezien vader de juridische eigendom van de woning behield en ook in economische zin de woning tot zijn vermogen bleef behoren, kan er volgens de Hoge Raad geen sprake zijn van de omzetting van eigendom in een genotsrecht zoals bedoeld in art. 10 SW 1956.

Verder lezen
Terug naar overzicht