Koper zet bewoning voort. Bestemmingswijzigingswinst? (1998.21.3779)


V staakt in 1993 zijn agrarische onderneming en verkoopt de tot zijn ondernemingsvermogen behorende boerderij aan zijn zoon. De inspecteur stelt dat V met de verkoop ter zake van de ondergrond van de woning en het bedrijfsperceel bestemmingswijzigingswinst heeft behaald.

Het Hof verwijst naar de arresten van 8 juli 1996 (FBN 1996, nr 82). De Hoge Raad oordeelde daarin dat de woning geen andere bestemming krijgt als een agrariër een tot het vermogen van zijn bedrijf gerekende woning na staking van het bedrijf blijft bewonen. In casu is er geen sprake van bestemmingswijzigingswinst omdat de woning is verkocht voor voortgezette bewoning door de zoon, aldus het Hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van het Hof juist is.

V-N 1998, blz. 1897

HR; 22 april 1998;

Verder lezen