Naar de inhoud

Kort geding: lijfsdwang onwillige zwartspaarder niet gestaakt

Samenvatting

Aan belanghebbende zijn ter zake van een bij de KB-Lux aangehouden saldo diverse naheffingsaanslagen opgelegd, die in totaal € 227.787 belopen. De ontvanger heeft na een verzoek een brief met bijlage van KB-Lux ontvangen waaruit blijkt dat belanghebbende een rekening in Luxemburg had, waarvan hij (in ieder geval) een contant bedrag van € 12.500 en een bedrag van € 130.251,26 heeft opgenomen, welke rekening feitelijk per 19 februari 2000 en formeel per 18 maart 2002 is opgeheven. De ontvanger heeft aan belanghebbende dwangbevelen en een bevel tot betaling laten betekenen. De ontvanger heeft diverse invorderingsmaatregelen ten laste van belanghebbende getroffen, waaronder executoriaal beslag op de aan belanghebbende in eigendom toebehorende woning. De ontvanger heeft tenuitvoerlegging van de dwangbevelen door middel van lijfsdwang gevorderd. De rechtbank heeft deze tenuitvoerlegging voor een periode van hooguit drie maanden toegewezen. Belanghebbende was volgens de rechtbank op 31 januari 1994 gerechtigd tot bankrekeningen bij de KB-Lux met een substantieel saldo. Belanghebbende heeft tot op de dag van de uitspraak geen openheid van zaken gegeven omtrent de vraag wat er met dit saldo is gebeurd, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat hij op een of andere wijze over het saldo kan beschikken. Daarnaast heeft belanghebbende kort na de executoriale beslaglegging door de ontvanger gelden aan het verhaal van de ontvanger onttrokken door in 2012 tot en met 2014, derhalve na het opgelegde dwangbevel, een substantieel bedrag van het door hem bij de bank aangehouden hypotheekrekening op te nemen. Ook ten aanzien van deze bedragen heeft belanghebbende geen duidelijkheid verstrekt omtrent de vraag wat hij met deze bedragen heeft…