Kosten haartransplantatie zijn niet aftrekbaar


Samenvatting

De echtgenote van belanghebbende heeft een haartransplantatie laten uitvoeren. Belanghebbende heeft de kosten in zijn aangifte IB/PVV 2004 in aftrek gebracht op zijn inkomen als buitengewone uitgaven wegens ziekte. Volgens belanghebbende was er bij zijn echtgenote sprake van psychisch lijden ten gevolge van haaruitval. Met Rechtbank Haarlem is het hof van oordeel dat gesteld noch gebleken is dat de haaruitval het gevolg of bijverschijnsel was van enige zich bij de echtgenote van belanghebbende voorgedaan hebbende (ernstige) ziekte. Aan de door belanghebbende overgelegde verklaringen kan het hof niet de conclusie verbinden dat in de periode direct voorafgaand aan de haartransplantatie sprake was van psychisch lijden.

(Hoger beroep ongegrond.)

Commentaar

In 2004 heeft de echtgenote van belanghebbende een haartransplantatie ondergaan. De kosten van deze behandeling wenst belanghebbende als uitgaven wegens ziekte in aftrek te brengen. Het ligt in het algemeen op de weg van de belanghebbende om de posten die voor aftrek in aanmerking komen aannemelijk te maken (HR 19 april 2000, nr. 35.241, NTFR 2000/694). Belanghebbende heeft daartoe diverse verklaringen van medici ingebracht ter onderbouwing van zijn stelling dat de kosten van de haartransplantatie van zijn echtgenote in direct verband staan met een bij haar aanwezige psychische stoornis.

Om voor de aftrek in aanmerking te komen, moet er een verband aanwezig zijn tussen het gestelde psychische lijden en de (kosten van) haartransplantatie. De overgelegde verklaringen zien echter op onderzoeken en behandelingen die in 1993 en 1994 hebben plaatsgevonden. Ook de verklaring van de huisarts, waarin de huisarts zegt te hebben vastgesteld dat de echtgenote psychisch heeft geleden onder de hevige haaruitval, spreekt over een vaststelling…

Verder lezen
Terug naar overzicht