Krachtens erfrecht verkregen genotsrechten en het a.b. (2002.26.3138)


Krachtens art. 4.3 Wet IB 2001 worden alle genotsgerechtigden als a.b.-houders aangemerkt, indien voldaan wordt aan de criteria van art. 4.6 Wet IB 2001. Er wordt dus geen onderscheid meer gemaakt tussen tijdelijke en niet-tijdelijke genotsrechten. Dit betekent ook dat het niet langer mogelijk is tijdens leven inkomstenbelastingvrij een genotsrecht op a.b.-aandelen te vestigen. Wanneer het genotsrecht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht gevestigd wordt, kan een beroep gedaan worden op de doorschuifregeling van art. …

Verder lezen