Kringloopwinkel is omzetbelasting verschuldigd


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een kringloopwinkel. Zij verkoopt tegen vergoeding gebruikte goederen die zij om niet heeft verkregen. Aan haar is een naheffingsaanslag OB opgelegd. Belanghebbende komt hiertegen in beroep. Zij stelt dat haar winkelomzet moet worden beschouwd als transacties tussen particulieren en dat deze transacties, ter voorkoming van cumulatie, vrij van omzetbelasting moeten kunnen plaatsvinden.

Hof Leeuwarden (NTFR 2007/1934) heeft geoordeeld dat de verkoop van gebruikte goederen niet kan worden aangemerkt als een prestatie tussen particulieren. Verder heeft het hof geoordeeld dat belanghebbende als ondernemer kan worden aangemerkt. Belanghebbende levert immers op regelmatige basis (gebruikte) goederen tegen een vergoeding.

De Hoge Raad acht dit oordeel juist. Daaraan doet niet af dat het gaat om gebruikte goederen die om niet door particulieren aan belanghebbende worden verstrekt. Evenmin doet daaraan af de door belanghebbende geopperde cumulatie van omzetbelasting.

Feiten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Belanghebbende exploiteert een kringloopwinkel. Zij verkoopt tegen vergoeding gebruikte goederen die zij om niet heeft verkregen. De goederen worden – zo nodig na kleine herstelwerkzaamheden – verkocht in dezelfde toestand als die waarin belanghebbende deze heeft verkregen.

Geschil

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de verkoop van gebruikte goederen door belanghebbende niet kan worden aangemerkt als een prestatie tussen particulieren en voorts dat belanghebbende vanwege de hiervoor onder 3.1 bedoelde tegen een vergoeding verrichte leveringen ondernemer is in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) en ter zake van die leveringen omzetbelasting is verschuldigd. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de door belanghebbende ontvangen vergoeding voor…

Verder lezen
Terug naar overzicht