Landbouwvrijstelling van toepassing bij verkoop cultuurgrond (2003.05.3315)


X exploiteert een tuinbouwbedrijf. De gemeente waarin deze grond ligt is vanaf 1995 in een langlopende discussie gewikkeld met de provincie betreffende nieuwe bouwlocaties voor woningbouw. Op 21 januari 1997 vestigt de gemeente een voorkeursrecht op onder andere de percelen van X. Op 27 januari 1997 wordt X hiervan in kennis gesteld. In 1997 sluit X een conceptverkoopovereenkomst betreffende zijn cultuurgrond die op 27 augustus 1997 wordt ondertekend. In geschil is of de verkoopwinst onder de landbouwvrijstelling valt. Het Hof beslist dat de landbouwvrijstelling van toepassing is op de verkoop van cultuurgrond. Op het moment van verkoop bestond er naar objectieve maatstaven geen redelijke kans dat de verkochte cultuurgrond binnen zes jaar anders dan als agrarisch zou worden aangewend. Het Hof bepaalt het moment waarop partijen het eens zijn, 1 juli 1997, als verkoopmoment. Het Hof concludeert dat, al zou de gemeente de plannen verwezenlijken, de percelen van X niet vóór 1 augustus 2003 buiten het landbouwbedrijf worden gebruikt.

Hof Amsterdam; 12 november 2002; nr 02/0177

V-N 60.2.3

Verder lezen