Leegstandschade-afspraak in strijd met Faillissementswet


Art 39 FW

De Hoge Raad heeft in januari een vonnis gewezen inzake de uitleg van een bepaling in een huurovereenkomst op grond waarvan de huurder aan de verhuurder de schade bij leegstand moet vergoeden. De Hoge Raad oordeelde dat de aard van de afspraken met art. 39 FW met zich mee brengt dat er geen ruimte is voor een interpretatie dat in geval de leegstand wordt gecreëerd door faillissement van de huurder, ook dat moet worden gezien als leegstandschade die vergoed moet worden.

De casus was als volgt.

Een huurovereenkomst op basis van de ROZ-voorwaarden voor kantoor- en overige bedrijfsruimte 1996 bevat de bepaling in art. 7.3 dat huurder gehouden is aan de verhuurder te vergoeden alle schade, kosten en interesten als gevolg van, onder andere, de omstandigheid dat huurder in staat van faillissement wordt verklaard en als gevolg daarvan de huurovereenkomst tussentijds komt te vervallen en dat tot de schade in ieder geval wordt gerekend de huurpenningen, de kosten van wederverhuur alsmede overige door verhuurder te maken kosten.

De huurder had ook een bankgarantie doen stellen ter zekerheid van de betalingsverplichtingen van huurder uit hoofde van de huurovereenkomst en voor vergoeding van alle door verhuurder te lijden schade indien de huurovereenkomst komt te vervallen als gevolg van faillissement.

De huurder gaat failliet en de curator heeft de huurovereenkomst opgezegd.

De verhuurder claimde vervolgens huur, kosten en leegstandschade (dat laatste voor € 625.000) onder de bankgarantie. De bank betaalde uit en heeft zich verhaald op de huurder. De curator vorderde vervolgens voor de rechter om vernietiging. De curator stelde dat de contractuele bepaling om in geval van faillissement…

Verder lezen
Terug naar overzicht