Legesnota terecht vernietigd omdat bestemmingsplan niet binnen tien jaar is geactualiseerd


Samenvatting

Ingevolge art. 3.1 WRO stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast. Ter bevordering van de actualiteit is voorgeschreven dat de bestemming van gronden binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, telkens opnieuw moet worden vastgesteld. Om die verplichting tot actualisering kracht bij te zetten is in art. 3.1, lid 4, WRO voorzien in een zogenoemde legessanctie. Indien de gemeenteraad niet vóór het verstrijken van de periode van tien jaar onderscheidenlijk opnieuw een bestemmingsplan heeft vastgesteld dan wel een verlengingsbesluit heeft genomen, vervalt de bevoegdheid tot het invorderen van rechten ter zake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan. Het gaat in de onderhavige procedure om de uitleg en toepassing van deze legessanctie.

Belanghebbende heeft op 29 juli 2013 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning. Het daar ten tijde van de vergunningaanvraag vigerende bestemmingsplan is vastgesteld op 24 oktober 2001. Niet in geschil is dat ten tijde van de aanvraag de voornoemde periode van tien jaar verstreken was. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende bij legesnota een bedrag aan leges ter zake van het verlenen van een omgevingsvergunning in rekening gebracht ter grootte van € 8.606,90.

De rechtbank heeft de legesnota vernietigd. De rechtbank heeft de legessanctie van art. 3.1, lid 4, WRO opgevat als een verbod om leges te heffen. Hof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016, nr. 15/01524, NTFR 2016/2806 heeft de uitspraak van de…

Verder lezen
Terug naar overzicht