Levensverzekering was niet opzettelijk verzwegen bij verdeling gemeenschap


M en V ondertekenen in 1993 een echtscheidingsconvenant waarbij de goederen van de ontbonden huwelijksgemeenschap worden verdeeld. In 2000 stapt V naar de Rechtbank omdat M in 1999 een levensverzekeringsuitkering heeft ontvangen. Volgens V komt het gehele bedrag van de uitkering haar toe ex artikel 3:194 BW omdat M de polis opzettelijk heeft verzwegen bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap. De Rechtbank wijst deze vordering toe omdat M niet heeft kunnen bewijzen dat V destijds bekend was met de polis.

Het Hof vernietigt het vonnis van de Rechtbank omdat M ten onrechte is belast met het leveren van bewijs. Immers, V beroept zich op opzettelijke verzwijging. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rust dan op haar de bewijslast van deze stelling. Het kan namelijk zo zijn dat beide partijen zijn vergeten om de polis in het convenant te betrekken. Nu V het gevraagde bewijs niet kan leveren, moet de polis tussen M en V bij helfte worden verdeeld naar de waarde die de verzekering had ten tijde van het opstellen van het convenant in 1993.

Hof Den Bosch; 23 mei 2006; nr C0500372/MA

Verder lezen