Levering van schip met toebehoren is overdracht van algemeenheid van goederen


Samenvatting

In 2003 heeft belanghebbende, exploitant van pleziervoertuigen, een nieuw binnenvaartschip laten bouwen, dat vanaf september van dat jaar is geëxploiteerd. Belanghebbende heeft in 2005 aan een afnemer het schip, 'met het zich aan boord bevindende scheepstoebehoren', geleverd. De afnemer heeft de exploitatie van het schip op gelijke wijze voortgezet. Ter zake van deze overdracht heeft belanghebbende, ervan uitgaande dat de levering een overdracht van een algemeenheid van goederen betrof, geen omzetbelasting in rekening gebracht. Nadat de inspecteur een naheffingsaanslag OB heeft opgelegd heeft belanghebbende met de afnemer, met instemming van de Belastingdienst, een praktische oplossing bereikt met betrekking tot de verschuldigde belasting, maar niet voor de tevens opgelegde boete en berekende heffingsrente. In geschil is of de boete terecht is opgelegd en de heffingsrente terecht is berekend.

Voor de beoordeling of terecht heffingsrente is berekend, dient eerst te worden beoordeeld of er omzetbelasting verschuldigd was. Het hof komt tot de conclusie dat sprake was van de overdracht van een algemeenheid van goederen en dat ter zake van de transactie derhalve geen omzetbelasting verschuldigd is. Dat in verband met deze transactie geen lopende contracten zijn overgedragen of zijn overgegaan, maakt dit niet anders. Nu geen omzetbelasting is verschuldigd, komt daarmee de grondslag aan de berekende heffingsrente te ontvallen. Ook de boete dient te vervallen.

(Hoger beroep gegrond.)

Commentaar

Partijen strijden over de berekening van heffingsrente en boete vermoedelijk omdat de praktische afspraak met de inspecteur over de verrekening van de teruggaaf met de naheffingsaanslag onverwacht tot een nadelig resultaat leidde. Over de naheffingsaanslag is heffingsrente verschuldigd. Daarentegen wordt over de teruggaaf aan de afnemer bij nafacturering van…

Verder lezen
Terug naar overzicht