Naar de inhoud

Lumpsumvergoeding aan principal bij een bank is belast naar het tabeltarief

Samenvatting

Belanghebbende is in dienst van een bank als een van de ‘principals’. Op grond van een groepsovereenkomst ontvangt hij jaarlijks een aanzienlijke bonus. Begin 1999 ontstond onenigheid over de hoogte van de bonussen tussen belanghebbende en de bank. Op 11 februari 2000 hebben de principals met de bank een beëindigingovereenkomst gesloten waarin onder andere is bepaald dat zij een ‘termination payment’ van bijna f 7,5 miljoen zullen ontvangen. Hierop is door de bank 45% loonbelasting ingehouden. Belanghebbende is in juni 2000 uit dienst getreden. Volgens de inspecteur zou deze uitkering belast moeten worden tegen het tabeltarief en hij legt een navorderingsaanslag aan belanghebbende op. Naar het oordeel van het hof had de lumpsum betrekking op de afwikkeling van aanspraken uit hoofde van de bonusovereenkomst over 1999 en/of de arbeidsovereenkomst over 1999 en zag deze derhalve niet op een toekomstige inkomstenderving. De lumpsum dient op de voet van het tabeltarief te worden belast.

(Hoger beroep ongegrond.)

Commentaar

In de onderhavige casus diende het hof te beoordelen of een door een voormalige bankmedewerker in het jaar 2000 ontvangen bate van f 8.544.205 volgens het tabeltarief (60%) belast diende te worden dan wel naar het bijzondere tarief van art. 57 Wet IB 1964 (45%).

Art. 57 Wet IB 1964 bepaalde dat bepaalde inkomsten, zoals de in art. 31, lid 1, Wet IB 1964 genoemde inkomsten die genoten werden ter vervanging van gederfde of te derven inkomsten, niet belast werden naar het gewone tabeltarief, maar naar een bijzonder tarief van 45%.

Het antwoord op de vraag of een bate is aan te…