Maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting (2000.18.3160)


K verkrijgt de eigendom van een verhuurd woon/winkelpand van V voor een koopprijs van ƒ 475.000. De inspecteur legt een naheffingaanslag overdrachtsbelasting op berekend naar een waarde van ƒ 550.000.

Het Hof overweegt dat als waarde voor de overdrachtsbelasting in het algemeen moet worden aangemerkt de verkoopprijs die bij aanbieding van de zaak ten verkoop op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde daarvoor zou zijn besteed. De inspecteur heeft niet gesteld dat tussen K en V een bijzondere relatie bestaat die de in zijn ogen lage verkoopprijs zou kunnen verklaren. Evenmin is aangetoond dat zich hier het geval heeft voorgedaan dat de verkoper snel geld nodig had en onder die druk heeft verkocht. De hogere waarde voor de OZB is in dit geval niet van belang omdat daarbij wordt uitgegaan van de waarde vrij van huur. Het Hof vernietigt de naheffingsaanslag.

Hof Den Haag; 2 december 1999; nr 98/2991

V-N 2000, blz. 1733

Verder lezen