Mandeligheid en splitsing in appartementsrechten als rechtsfiguren voor parkmanagement


In de praktijk bestaat de behoefte om regels betreffende het gebruik van een gemeenschappelijk perceel grond dwingend op te leggen aan de rechthebbenden tot en gebruikers van deze grond. In dit artikel worden de rechtsfiguren mandeligheid en splitsing in appartementsrechten aan de hand van een casus nader toegelicht en uitgewerkt. Tevens wordt bezien hoe aan de hiervoor bedoelde behoefte tegemoet kan worden gekomen.

1 Inleiding

In het kader van projectontwikkeling komt het geregeld voor dat een perceel grond in een bouwproject gemeenschappelijk dient te worden (en te blijven) tussen de eindgebruikers (de uiteindelijk rechthebbenden, hun gebruikers en hun rechtsopvolgers (hierna gezamenlijk aan te duiden als ‘de eigenaren’)). Dit perceel grond is bestemd voor gemeenschappelijk gebruik ten behoeve van de eigenaren, zoals bijvoorbeeld een binnentuin of een parkeerterrein (hierna aan te duiden als ‘het gemeenschappelijk perceel grond’). In dit artikel ga ik ervan uit dat het gemeenschappelijk perceel grond in eigendom toekomt aan de eigenaren, maar dit kan ook erfpacht zijn. Het gemeenschappelijk perceel grond dient onder verantwoordelijkheid van de eigenaren collectief te worden beheerd en onderhouden. In dit artikel worden twee rechtsfiguren beschreven die mijns inziens onder de huidige wet- en regelgeving de beste waarborgen bieden voor de instandhouding en de continuïteit van het beheer en onderhoud van het gemeenschappelijk perceel grond. Deze twee rechtsfiguren zijn mandeligheid en splitsing in appartementsrechten. Als alternatieve regeling kan nog de eenvoudige gemeenschap van Titel 3.7 BW worden genoemd. De te bespreken rechtsfiguren mandeligheid en splitsing in appartementsrechten zijn een bijzondere vorm van gemeenschap, zodat de eenvoudige gemeenschap buiten beschouwing wordt gelaten. Immers bij de keuze voor de eenvoudige gemeenschap bestaat ook altijd de…

Verder lezen
Terug naar overzicht