Naar de inhoud

Maximale zittingstermijn?

Bij een school voor voortgezet onderwijs in het oosten van het land ontstond beroering toen het schoolbestuur bij de herziening van de medezeggenschapsreglementen voorstelde een (andere) maximale zittingstermijn vast te leggen. Driemaal drie jaar zou gewijzigd worden in tweemaal vier jaar. Een van de leden – een lang zitting hebbend lid – verklaarde dat een maximale zittingstermijn überhaupt in strijd zou zijn met de wet. Zijn MR ging hier in mee. Het leidde tot een interpretatiegeschil.

De MR stelde zich in deze zaak (LCG WMS 31 oktober 2016, 107381) op het standpunt dat een maximale zittingstermijn een inperking van het passief kiesrecht betekende omdat er dan momenten waren waarop leden van het personeel – die betreft het meestal – uitgesloten waren van het recht gekozen te worden. De WMS zou daarvoor geen ruimte laten.

Argumentatie

Het schoolbestuur betoogde ten overstaan van de LCG WMS dat er goede redenen zijn om wisseling van de wacht na een achttal jaren – de continuïteit loopt daardoor echt geen gevaar – juist gunstig kan zijn, ook voor het gehalte van de inbreng van de MR. En de WMS vraagt in artikel 24 lid 1 onder d om een bepaling in het reglement over de zittingsduur. Dat hoeft niet alleen maar de periode tussen verkiezingen te zijn, maar dat kan evengoed betekenen de totale zittingsduur. Zo’n limitering maakt op zich zeker geen inbreuk op het recht van eenieder zich kandidaat te stellen voor een plaats in de MR.

Overweging

De commissie is het duidelijk niet eens met het schoolbestuur. Ze betoogt dat de wet een aantal expliciete uitsluitingen van het lidmaatschap kent, en wel voor leden van het…