Met hulp van frauderende belastingambtenaar uitbetaald bedrag van € 19.500.000 kan niet via navordering worden teruggehaald


Samenvatting

Op 17 juni 2014 is op de bankrekening van belanghebbende, een bv, € 19.500.000 bijgeschreven, afkomstig van de Belastingdienst. Op dezelfde dag is dit bedrag overgeboekt naar andere bankrekeningen, € 110.000 naar een Nederlandse bankrekening van een bedrijf van de dga van belanghebbende en € 19.390.000 naar een Turkse bankrekening van een zwager van de dga. Aan de betaling van € 19.500.000 lag een fictieve, frauduleus door een belastingambtenaar opgemaakte ambtshalve genomen beschikking van 14 juni 2014 inzake een teruggaaf van dividendbelasting ten grondslag. Na ontdekking van de fraude zijn een strafrechtelijke procedure en een civielrechtelijke procedure in Turkije gestart. Fiscaalrechtelijk is door middel van navordering (de onderhavige navorderingsaanslag VPB) gepoogd het bedrag van € 19.500.000 terug te halen. Rechtbank Gelderland (19 juli 2016, nr. 15/1864, NTFR 2016/2469) heeft die navorderingsaanslag in stand gelaten. Volgens het hof is dat echter niet terecht. De ambtshalve genomen beschikking van 14 juni 2014, die ten grondslag ligt aan de betaling, is namelijk non-existent, omdat de betrokken belastingambtenaar ver buiten de door de landelijke inspecteur (het bestuursorgaan) aan hem gemandateerde bevoegdheden is getreden. Het plegen van fraude behoort immers niet tot de bevoegdheid van een belastingambtenaar. Het ambtshalve genomen besluit kan ook niet aan de inspecteur (het bestuursorgaan) worden toegerekend. Voorts is een bekrachtiging van dit besluit door het bestuursorgaan (de landelijke inspecteur) niet aan de orde. Voor het in stand houden van de rechtsgevolgen ervan bestaat evenmin grond. Dit betekent dat het…

Verder lezen
Terug naar overzicht