Mogelijk misbruik door tekortkoming in Nederlands heffingssysteem


Samenvatting

Belanghebbende heeft de Belgische nationaliteit en woont in België met haar echtgenoot. Haar echtgenoot heeft in het jaar 2002 een AOW-uitkering ontvangen; belanghebbende heeft in dat jaar geen inkomen gehad. Belanghebbende heeft in 2002 een voorlopige teruggaaf van € 1.648 (de algemene heffingskorting) ontvangen. De inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag IB/PVV opgelegd waarbij de voorlopige teruggaaf is verrekend. In geschil is of aan belanghebbende een aanslag kan worden opgelegd.

Het hof oordeelt, in navolging van Rechtbank Breda, dat belanghebbende niet belastingplichtig is voor de Nederlandse inkomstenbelasting, nu zij niet heeft gekozen voor toepassing van de regels voor binnenlands belastingplichtigen, en zij evenmin buitenlands belastingplichtig is. Aan een niet-belastingplichtige kan geen aanslag worden opgelegd. Het hof acht deze tekortkoming in het heffingssysteem, waardoor mogelijk misbruik kan optreden, uiterst onbevredigend, maar laat het aan de wetgever over om deze tekortkoming op te heffen.

(Hoger beroep ongegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht