Na verwijzing: behandeltijd van veertien jaren leidt tot gehele kwijtschelding van de verhoging


Samenvatting

De inspecteur heeft aan belanghebbende een navorderingsaanslag opgelegd, omdat belanghebbende inkomsten zou hebben verzwegen. De navorderingsaanslag is opgelegd met een verhoging van 100%. Volgens de Hoge Raad (NTFR 2007/1824) heeft Hof Den Haag alleen aandacht besteed aan de vraag of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van art. 6 EVRM, terwijl ook in geschil was of de inspecteur terecht een verhoging van 100% heeft toegepast en of hij daarvan terecht geen kwijtschelding heeft verleend. Verder is Hof Den Haag uitgegaan van een onjuist aanvangstijdstip voor de toets van de redelijke termijnoverschrijding. Na verwijzing door de Hoge Raad oordeelt Hof Amsterdam dat de inspecteur met het resultaat van de vermogensvergelijking aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende inkomsten heeft genoten die hij opzettelijk niet heeft aangegeven. De navorderingsaanslag is terecht opgelegd met een verhoging van 100%. Het hof vindt wel dat een kwijtschelding van 50% passend en geboden zou zijn. Nu de behandeling van de zaak sinds het aanvangstijdstip van de redelijke termijn veertien jaren in beslag heeft genomen, is de redelijke termijn overschreden. Belanghebbende heeft hierop geen zodanige invloed gehad, waardoor de overschrijding niet mede aan hem is te wijten. Het hof is van oordeel dat, gezien de lange behandeltijd van deze zaak, de verhoging in het geheel kwijtgescholden moet worden.

(Beroep gegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht