Naheffingsaanslag belanghebbende terecht naar kantoor notaris gestuurd


Samenvatting

Belanghebbende heeft bij notariële akte van 7 januari 2005 een drijfwoning (Marina) verkregen. Na afloop van een ringvergadering van de Notariële Beroepsorganisatie vindt een gesprek plaats tussen de inspecteur en de notaris die de akte heeft gepasseerd. De notaris meldt in dat gesprek dat de drijfwoning een roerende zaak is, waarop de inspecteur reageert dat de drijfwoning onroerend is. De inspecteur onderzoekt vervolgens de transportakte en legt op het adres van de notaris aan belanghebbende een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op.

Nu in de transportakte woonplaats is gekozen ten kantore van de notaris, is de naheffingsaanslag naar het oordeel van de rechtbank op de juiste wijze bekendgemaakt. De naheffingsaanslag is binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn opgelegd en belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een afspraak of een toezegging, zodat zijn beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

Geruime tijd voor de in geding zijnde verkrijging had een gesprek plaatsgevonden tussen de notaris die voormelde akte zou verlijden en de inspecteur. Met betrekking tot de Marina’s kwam daarbij tot uitdrukking dat de inspecteur deze objecten als onroerende zaken beschouwde. Op enig tijdstip zijn akten betreffende Marina’s die met ingang van 1 januari 2005 waren overgedragen, onderzocht in het licht van de voor de overdrachtsbelasting geldende verplichtingen. Ontdekt werd dat belanghebbende ter zake van de verkrijging van zijn Marina geen overdrachtsbelasting had voldaan. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag op, die kennelijk bij brief van 24 september 2007 was aangekondigd.

De grieven die belanghebbende aanvoert, zijn alle van formele aard. Tegen de kwalificatie van de Marina als onroerende zaak heeft hij geen grief aangevoerd. …

Verder lezen
Terug naar overzicht