NBSTRAF 2017/102, Hoge Raad 14-02-2017, ECLI:NL:HR:2017:222, 3913.15

Inhoudsindicatie

Omkoping, Witwassen

Samenvatting

Het oordeel van het Hof dat de verdachte redelijkerwijs vermoedde dat een gift van € 5.950 is gedaan met betrekking tot zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte kort nadat hij met een persoon naar Roemenië was geweest en van die persoon had vernomen dat deze hem wilde betalen, “een brief [heeft] opgesteld waarin de verdachte als gedeputeerde de zakelijke belangen van een vennootschap van die persoon behartigde” en waarin de verdachte heeft vermeld dat hij “graag de banden tussen een Noord-Hollands bedrijf en Roemenië verstevigd” ziet.

Het oordeel van het Hof dat de in de bewezenverklaring genoemde geldbedragen van € 119.000 en € 5.950 afkomstig zijn uit enig misdrijf, te weten valsheid in geschrift, waarin ligt besloten dat de facturen vals waren, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. De opvatting dat het Hof heeft geoordeeld dat het geldbedragen betreft die onmiddellijk afkomstig zijn uit door de verdachte zelf begane strafbare feiten, berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest.

Uitspraak

2. Beoordeling van het zesde namens de verdachte voorgestelde middel

2.1. Het middel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 5 tenlastegelegde.

2.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 5 bewezenverklaard dat:

“hij in de periode van 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 in Nederland als ambtenaar in de functie van Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland via Rosie Projects BV een gift, te weten

– een gift van € 5.950 betaald op 29 maart 2007

gedaan door Herald B. in zijn hoedanigheid van bestuurder van Rosie Towers BV. of Rosie Estates B.V,

heeft aangenomen terwijl hij, verdachte, redelijkerwijs vermoedde dat deze gift hem werd gedaan teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen, of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige bediening was gedaan,

te weten het

– begunstigen van Herald B., Rosie Towers BV of Rosie Estates BV, en

– onderhouden van een relatie tussen hem, verdachte, en Herald B., Rosie Towers BV en/of Rosie Estates BV teneinde een voorkeursbehandeling te bewerkstelligen voor Herald B., Rosie Towers BV en/of Rosie Estates B.V.,

zulks terwijl hij, verdachte, dit feit heeft begaan in verband met zijn hoedanigheid van Gedeputeerde van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.”

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“135. Een geschrift, te weten een factuur van Rosie Projects B.V. aan Rosie Estates B.V. van 1 maart 2007 (doorgenummerde pagina 100153). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

cliëntnummer: Gerard S./2007

factuurnummer: 07

Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Georgië in 2006, conform afspraak. Totaal te betalen € 5.950.

136. Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van bankrekeningnummer NL44 ABNA 0*****8934 op naam van Rosie Projects B.V. (doorgenummerde pagina 100283). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Boekdatum Omschrijving Bedrag bij

29-03 Rosie Towers BV 5.950

Gerard S./2007 – fact. 07

137. Een proces-verbaal van bevindingen van 29 augustus 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar Peter Houtman (doorgenummerde pagina’s 100003 tot en met 100019). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Naam: Rosie Towers B.V.

Bestuurder: Herald B.

Het bedrijf Rosie Towers B.V. is bestuurder van het bedrijf Rosie Finance B.V. Het bedrijf Rosie Finance B.V. is enig aandeelhouder van het bedrijf Rosie Estates B.V.

138. Een proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Amsterdam, van 28 februari 2013. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 28 februari 2013 afgelegde verklaring van

Herald B.:

Vraag: Uit het dossier volgt, dat u in de periode van 1 tot en met 3 oktober 2006 in Roemenië bent geweest. Op wiens verzoek/initiatief was dat?

Antwoord: Ik had met verdachte afgesproken om daar samen heen te gaan. Wij zijn met z’n tweeën op zondagmiddag heen gevlogen en op dinsdagmiddag samen weer terug. Ik ben op maandag daar geweest.

Vraag: Hoe zag uw agenda er voor het verblijf in Roemenië uit?

Antwoord: Voor die maandag had Frans (hof: verdachte Frans H.) een paar afspraken geregeld. Dat was met Mutual Investments. Ik heb ook gesproken met John de G. van Building Systems.

139. Een proces-verbaal van verhoor van 23 juni 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren Peter Houtman en Henk Groothuis (doorgenummerde pagina’s 100235 tot en met 100244). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 juni 2011 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van Herald B.:

Vraag: In de inbeslaggenomen administratie van Rosie Projects B.V. is een factuur van dit bedrijf aangetroffen d.d. 1 maart 2007 gericht aan Rosie Estates BV te Amsterdam t.a.v. Herald B. ter grootte van € 5.000 ex. BTW. Wij tonen u deze factuur. Welke werkzaamheden heeft Rosie Projects B.V. voor uw bedrijf verricht en wie heeft deze werkzaamheden feitelijk uitgevoerd?

Antwoord: Die rekening heeft verdachte op mijn verzoek gestuurd omdat ik vond dat hij erg zijn best had gedaan om mij te helpen met zijn contacten en zijn netwerk in Oost-Europa.

140. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2015. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

De consul-generaal van Nederland in Roemenië, Karsten, had mij gevraagd in Boekarest een verhaal te houden voor een Nederlandse handelsdelegatie. Ik meen dat ik op zondag vanaf de luchthaven in Boekarest naar het hotel ben gegaan en dat ik diezelfde dag mijn verhaal heb gehouden.

Ik denk dat de directeur van Mutual Investments ons (hof: de verdachte en Herald B.) op maandag heeft opgehaald. Op die dag heeft Herald B. gesproken met Floris B. Ik wist dat Herald B. veel onroerend goed had in Georgië en dat Floris B. veel onroerend goed had in Roemenië en ik had Herald B. aangeraden te gaan praten met Floris B. met het oog op het nemen van een belang in elkaars onderneming. Herald B. en ik hebben tijdens de terugreis van Roemenië naar Amsterdam gesproken over een betaling van Herald B. aan mij. Herald B. vroeg of ik het naar mijn zin had in de politiek en of ik een vergoeding kreeg voor wat ik had gedaan in Roemenië. Ik antwoordde hem dat ik het naar mijn zin had en dat ik een jaarlijkse vergoeding van Mutual Investments ontving. Hij vroeg mij een rekening aan hem te sturen voor wat ik had gedaan in Roemenië.

141. Een geschrift, te weten een brief van de verdachte aan John de G. van Building Systems van 11 oktober 2006 (doorgenummerde pagina 100148). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Hartelijk dank voor de ontvangst in jullie kantoor. Zowel Herald B. als ik waren onder de indruk van alle projecten waar Building Systems bij betrokken is. Ik vond het bijzonder prettig om Rosie Estates bij jou te introduceren door toedoen van Pieter Jan H. Ik hoop dat jij – conform afspraak – er spoedig in slaagt een concrete vastgoed(beleggingsontwikkelings)aanbieding te doen aan Rosie Estates, opdat dit de eerste van vele gezamenlijke investeringen kan zijn. Bovendien zie ik graag de banden tussen een Noord-Hollands bedrijf en Roemenië verstevigd.

Verdachte

Gedeputeerde Ruimtelijke Ordening & Financiën

cc: Herald B., Rosie Estates en Pieter Jan H.,

Mutual Investments.”

2.2.3. Het Hof heeft ten aanzien van deze bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

“Drie giften: retourvliegtickets naar Roemenië en Turkije en een bedrag van € 5.950

De standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging.

Het Openbaar Ministerie heeft betoogd dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, bewezen kan worden verklaard dat de verdachte giften van Herald B. of (één van) zijn vennootschappen heeft aangenomen, terwijl hij wist dat deze hem werden gedaan teneinde hem te bewegen iets te doen of na te laten of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem was gedaan of nagelaten in zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland. Daartoe heeft het Openbaar Ministerie aangevoerd dat de verdachte in die bediening met Herald B. in Roemenië is geweest en dat Herald B. belang had bij hetgeen de verdachte in die bediening voor Herald B. deed of kon doen.

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte van het onder 5 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte namens Rosie Projects, en niet in zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, in Roemenië en Turkije werkzaamheden heeft verricht voor Herald B. of (één van) zijn vennootschappen en dat het belang van Herald B. was gelegen bij de contacten van de verdachte in Roemenië en Turkije, en niet bij de bediening van de verdachte van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland.

Het hof stelt het volgende vast.

Sinds 2002 was de verdachte lid van de adviesraad van Mutual Investments BV (hierna: Mutual). In de periode van 1 tot en met 3 oktober 2006 zijn de verdachte en Herald B. in Roemenië geweest. Herald B. heeft het retourvliegticket van Amsterdam naar Boekarest, Roemenië, voor de verdachte betaald. In Roemenië heeft de verdachte een Nederlandse handelsdelegatie toegesproken en Herald B. geïntroduceerd bij Mutual Investments en John de G. van vastgoedontwikkelaar Building Systems. Tijdens de terugreis van Boekarest naar Amsterdam heeft Herald B. toegezegd dat hij een bedrag van € 5.000 (exclusief BTW) aan de verdachte zou betalen. In een door de verdachte opgestelde brief aan John de G. van 11 oktober 2006 is vermeld dat de verdachte hoopte dat John de G., zoals was beloofd, een ‘concrete vastgoed(beleggingsontwikkelings)aanbieding’ zou doen aan een vennootschap van Herald B. De verdachte heeft de brief als gedeputeerde ondertekend. In de periode van 27 tot en met 29 oktober 2006 zijn de verdachte en Herald B. in Turkije geweest in het kader van de ontwikkeling van een oncologisch centrum in Istanbul.

Herald B. heeft het retourvliegticket van Amsterdam naar Istanbul, Turkije, voor de verdachte betaald. Op 29 maart 2007 heeft Rosie Towers BV (hierna: Towers), een vennootschap van Herald B., een bedrag van € 5.950 (inclusief BTW) aan Rosie Projects betaald.

Het hof overweegt als volgt.

Anders dan het Openbaar Ministerie en met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezenverklaard dat de verdachte retourvliegtickets naar Roemenië en Turkije van Herald B. of (één van) zijn vennootschappen heeft aangenomen, terwijl hij wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze hem werden gedaan teneinde hem te bewegen iets te doen of na te laten of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem was gedaan of nagelaten in strijd met zijn plicht in zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland. Daartoe overweegt het hof als volgt.

De verdachte heeft in Roemenië en Turkije zakelijke activiteiten voor Herald B. en/of (één van) zijn vennootschappen verricht. Weliswaar heeft de verdachte in Roemenië daarnaast als gedeputeerde een Nederlandse handelsdelegatie toegesproken, maar dat is, zonder nader bewijs, onvoldoende om te oordelen dat Herald B. de retourvliegtickets naar Roemenië en Turkije voor de verdachte heeft betaald met het oog op zijn bediening als gedeputeerde. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat Herald B. met de verdachte als gedeputeerde contact had, onvoldoende is voor het oordeel dat deze giften de verdachte zijn gedaan met betrekking tot zijn bediening van gedeputeerde bij de provincie Noord-Holland.

Bij die stand van zaken zal het hof de verdachte, net als de rechtbank, van het onder 5 ten laste gelegde, voor zover dit betreft twee giften, bestaande uit retourvliegtickets naar Roemenië en Turkije, vrijspreken.

Anders dan de raadsman en de rechtbank is het hof van oordeel dat wel kan worden bewezenverklaard dat de verdachte een gift van € 5.950 van Herald B. of Rosie Towers heeft aangenomen, terwijl hij redelijkerwijs vermoedde dat deze hem werd gedaan met betrekking tot zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland. De verdachte heeft, nadat hij had vernomen dat Herald B. € 5.950 aan de verdachte wilde betalen, een brief opgesteld waarin de verdachte als gedeputeerde de zakelijke belangen van een vennootschap van Herald B. behartigde.

Bij die stand van zaken is het hof van oordeel dat kan worden bewezenverklaard dat de verdachte een gift heeft aangenomen, redelijkerwijs vermoedende dat deze hem werd gedaan teneinde hem te bewegen iets te doen of naar aanleiding van hetgeen door hem was gedaan in zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland.”

 

2.3. Het middel klaagt onder meer dat het oordeel van het Hof dat de verdachte redelijkerwijs vermoedde dat de gift van € 5.950 is gedaan met betrekking tot zijn bediening van gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, onbegrijpelijk dan wel ontoereikend is gemotiveerd. Die klacht faalt, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte kort nadat hij met Herald B. naar Roemenië was geweest en van Herald B. had vernomen dat Herald B. hem wilde betalen, “een brief [heeft] opgesteld waarin de verdachte als gedeputeerde de zakelijke belangen van een vennootschap van Herald B. behartigde” en waarin de verdachte heeft vermeld dat hij “graag de banden tussen een Noord-Hollands bedrijf en Roemenië verstevigd” ziet.

2.4. Het middel faalt in zoverre.

3. Beoordeling van het negende namens de verdachte voorgestelde middel

3.1. Het middel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 8 tenlastegelegde en de kwalificatie daarvan.

3.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 8 bewezenverklaard dat:

“hij in de periode van 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 in Nederland, voorwerpen, te weten geldbedragen van € 11.900,00, € 14.875,00, € 20.000,00, € 8.330,00, € 8.568,00, € 5.950,00, € 119.000,00 en € 5.950,00, heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.

en

hij in de periode van 15 januari 2005 tot en met 6 juli 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, voorwerpen, te weten geldbedragen van € 59.500,00, € 24.395,00, tweemaal € 4.165,00 en € 9.520.00, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij en die ander wisten dat die voorwerpen – onmiddellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.”

3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt – voor zover voor de beoordeling van het middel van belang – op de volgende bewijsmiddelen:

“162. Een geschrift, te weten een factuur van Rosie Projects B.V. aan State Street Properties B.V. van 15 september 2007 (doorgenummerde pagina 080158). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

cliëntnummer: Gerard S./2007

factuurnummer: 17

Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Kalingrad in 2007, conform afspraak.

Adviesuren € 5.000.

19% BTW € 950.

Totaal te betalen € 5.950.

163. Een geschrift, te weten een factuur van Rosie Projects B.V. aan State Street Properties B.V. van 12 januari 2008 (doorgenummerde pagina 080159). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

cliëntnummer: Gerard S./2008

factuurnummer: 01

Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Roemenië in 2007, conform afspraak.

Adviesuren € 100.000.

19% BTW € 19.000.

Totaal te betalen € 119.000.

164. Een proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Amsterdam, van 11 maart 2013. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 11 maart 2013 afgelegde verklaring van Gerard S.:

Vraag: Heeft u ooit contact gehad met Reconstruction Company B.V.?

Antwoord: Ik heb met hen contact gehad over deze factuur [het hof begrijpt: de factuur van State Street Properties aan Reconstruction Company B.V. van 5 maart 2007]. De inhoud is geredigeerd door Frans [het hof begrijpt: verdachte].

Vraag raadsman verdachte: Geldt dit ook voor de factuur met betrekking tot Sky Buildings, Kantoren Ontwikkeling of Leaderland?

Antwoord medeverdachte: Ja, ook deze facturen heeft verdachte geredigeerd.

Vraag: U wist dan dat er een factuur verzonden zou worden met een bepaald bedrag?

Antwoord: Ja, dat kreeg ik door van verdachte en de omschrijving kreeg ik op van verdachte.

165. Een geschrift, te weten een overzicht van 10 december 2009 (documentnummer PO1.01.004.02) (doorgenummerde pagina 080462). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Frans (hof: de verdachte) opgenomen:

Kalingrad € 7.000

Duitsland € 20.500

Kalingrad € 8.000

Kalingrad € 5.000

12-1-2008 € 100.000

Minus ontv. facturen € 85.500

166. Een proces-verbaal van verhoor van 1 november 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren Henk Groothuis en Steven van Meerdonck (doorgenummerde pagina’s 080450 tot en met 080456). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 november 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van Gerard S.:

Vraag: Wij tonen u een overzicht, gedateerd 10 december 2009 (door ons genummerd P01.01.004.02).

Antwoord: Ik heb dit overzicht gemaakt.

Vraag: Kunt u ons vertellen wat bedoeld wordt met ‘Frans opgenomen’? Wordt met ‘Frans’ Frans H. bedoeld?

Antwoord: Met Frans wordt hier bedoeld Frans H. Met door verdachte opgenomen wordt bedoeld dat ik die bedragen aan verdachte heb uitbetaald op basis van door Rosie Projects B.V. aan mijn bedrijf gestuurde facturen. Ik stuurde een rekening aan bedrijven waarvoor ik geen werkzaamheden had verricht, maar deze waren verricht door verdachte.

167. Een proces-verbaal van verhoor van 13 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren Jan Broekhuijzen en Steven van Meerdonck (doorgenummerde pagina’s 080574 tot en met 080581). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 december 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte:

Vraag verbalisant: Wij tonen u een financieel overzicht met de datum 10 december 2009 van State Street Properties B.V. Wat kunt u hierover verklaren?

Antwoord verdachte: Op het formulier staat ‘Frans opgenomen’. Hiermee wordt bedoeld de bedragen waarvoor Rosie Projects B.V. een rekening aan Gerard S. [het hof begrijpt: State Street Properties B.V.] heeft gestuurd.

Vraag verbalisant: Er staat op het formulier: Minus ontv. facturen € 85.500. Waar staat dit voor?

Antwoord verdachte: Dit slaat op de facturen waarvan ik aan Richard T. heb gevraagd om deze uit te schrijven aan andere bedrijven.

Vraag verbalisant: Dekt hetgeen op de facturen staat de lading?

Antwoord verdachte: Het is weer hetzelfde liedje als voor de andere facturen van Rosie Projects B.V. aan State Street Properties B.V. Het had eigenlijk meer te maken met het opnemen van een tegoed dat ik bij Gerard S. had uitstaan, dan met wat er op de factuur aan Gerard S. terecht kwam.

168. Een proces-verbaal van bevindingen van 16 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar Karel Geraards (doorgenummerde pagina’s 080220 tot en met 080234). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

In de administratie van Rosie Projects B.V. werd een nota aangetroffen welke gericht was aan State Street Properties B.V. Deze nota was gedateerd 12 januari 2007. De nota heeft als omschrijving: Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Duitsland in 2006 conform, afspraak.

In de administratie van Rosie Projects B.V. werd een nota aangetroffen welke gericht was aan State Street Properties B.V. Deze nota was gedateerd 17 januari 2007. De nota heeft als omschrijving: Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Kalingrad in 2006 conform, afspraak.

In de administratie van Rosie Projects B.V. werd een nota aangetroffen welke gericht was aan State Street Properties B.V. Deze nota was gedateerd 1 maart 2007. De nota heeft als omschrijving: Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Kalingrad 2 in 2006 conform, afspraak.

In de administratie van Rosie Projects B.V. werd een nota aangetroffen welke gericht was aan State Street Properties B.V. Deze nota was gedateerd 15 september 2007. De nota heeft als omschrijving: Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Kalingrad in 2007 conform, afspraak.

In de administratie van Rosie Projects B.V. werd een nota aangetroffen welke gericht was aan State Street Properties B.V. Deze nota was gedateerd 12 januari 2008. De nota heeft als omschrijving: Hierdoor declareren wij u, wegens verstrekte adviezen investeringsprojecten te Roemenië in 2007 conform, afspraak.

(...)

geldbedrag 5.950

171. Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van een bankrekeningnummer NL44 ABNA 0*****8934 op naam van Rosie Projects B.V. van 20 september 2007 (doorgenummerde pagina 080307).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Boekdatum Omschrijving Bedrag bij

18-09 State Street Properties BV 5.950

Factuunr. 17

geldbedrag € 119.000

172. Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van een bankrekeningnummer NL44 ABNA 0*****8934 op naam van Rosie Projects B.V. van 17 januari 2008 (doorgenummerde pagina 080311).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Boekdatum Omschrijving Bedrag bij

17-01 State Street Properties BV 119.000

Factuur 2008/01.”

3.2.3. Het Hof heeft het onder 8 bewezenverklaarde gekwalificeerd als witwassen, meermalen gepleegd en medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Ten aanzien van de bewezenverklaring en kwalificatie heeft het Hof het volgende overwogen:

“De standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging.

Het Openbaar Ministerie heeft betoogd dat kan worden bewezenverklaard dat de verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met één of meer anderen, de tenlastegelegde geldbedragen heeft witgewassen. Daartoe heeft het Openbaar Ministerie aangevoerd dat de verdachte de herkomst van de uit omkoping of valsheid in geschrift afkomstige geldbedragen heeft verhuld door middel van valse facturen en/of door de geldbedragen te doen overmaken naar de rekening van de Makelaardij en/of Rosie Projects in plaats van naar de rekening van de verdachte zelf.

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte van het onder 8 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat, voor zover het hof van oordeel is dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn, niet kan worden bewezenverklaard dat de verdachte de geldbedragen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet of daarvan gebruik heeft gemaakt, omdat geen sprake is van gedragingen die gericht zijn geweest op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen, terwijl evenmin de intentie van de verdachte daar op was gericht.

Het hof begrijpt deze verweren aldus dat de raadsman heeft betoogd, primair, dat de verdachte van het onder 8 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezenverklaard dat de tenlastegelegde geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn en het bewijs van opzet ontbreekt en, subsidiair, dat de verdachte van het onder 8 tenlastegelegde moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de geldbedragen onmiddellijk uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf afkomstig zijn en geen sprake is van een voor de kwalificatie als witwassen vereiste verbergings- of verhullingshandeling.

Het hof overweegt als volgt.

(...)

Ten aanzien van de tenlastegelegde geldbedragen van € 5.950 en € 119.000 (zaaksdossier State Street Properties) overweegt het hof dat de verdachte deze geldbedragen in Rosie Projects heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze afkomstig waren uit valsheid in geschrift. De verdachte heeft de herkomst van de geldbedragen verhuld door aan de betalingen van de geldbedragen facturen ten grondslag te leggen die suggereerden dat de geldbedragen een legale herkomst hadden. Die facturen houden namelijk in dat de verdachte werkzaamheden had verricht voor de Makelaardij, terwijl daarvan in werkelijkheid geen sprake was.

Het verweer dat het opzet van de verdachte niet was gericht op witwassen, wordt door het hof verworpen. De in dit verband aangevoerde omstandigheid dat de verdachte slechts wilde dat donaties of betalingen niet in verband konden worden gebracht met het vullen van zijn verkiezingskas en dat hij iedere schijn van belangenverstrengeling wilde voorkomen, benadrukt juist dat de verdachte zich moeite heeft getroost de herkomst van de betaalde geldbedragen te verhullen.”

 

3.3.1. Het middel klaagt ten eerste over het oordeel van het Hof dat de in de bewezenverklaring genoemde geldbedragen van € 119.000 en € 5.950 (zaaksdossier State Street Properties) afkomstig zijn uit enig misdrijf, te weten valsheid in geschrift. Blijkens de onder 3.2.2 en 3.2.3 weergegeven bewijsvoering – meer in het bijzonder de bewijsmiddelen 165, 166 en 167 – heeft het Hof vastgesteld dat aan voornoemde, door State Street Properties B.V. (hierna: State Street Properties B.V.) aan Rosie Projects B.V. overgemaakte, bedragen facturen ten grondslag lagen van State Street Properties B.V. aan bedrijven waarvoor door State Street Properties B.V. geen werkzaamheden waren verricht. Hierin ligt als het oordeel van het Hof besloten dat deze facturen van State Street Properties B.V. vals waren. Gelet hierop is het oordeel van het Hof dat voornoemde bedragen afkomstig zijn uit valsheid in geschrift – en derhalve uit enig misdrijf – niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. In zoverre faalt het middel.

3.3.2. Het middel klaagt ten tweede – met een beroep op de recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake, kort gezegd, de kwalificatie-uitsluiting in witwaszaken ingeval het betreft het verwerven of voorhanden hebben van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen – dat het Hof het bewezenverklaarde voor zover het betreft de voormelde geldbedragen van € 119.000 en € 5.950 ten onrechte heeft gekwalificeerd als witwassen. Het middel berust blijkens de toelichting op de opvatting dat het Hof heeft geoordeeld dat het geldbedragen betreft die onmiddellijk afkomstig zijn uit door de verdachte zelf begane strafbare feiten. Die opvatting berust echter op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, nu het Hof – zoals onder 3.3.1 is overwogen – heeft geoordeeld dat aan de door State Street Properties B.V. aan Rosie Projects B.V. overgemaakte bedragen valse facturen ten grondslag lagen van State Street Properties B.V. aan andere bedrijven. Ook in zoverre faalt het middel.

Terug naar overzicht