NBSTRAF 2017/186, Hoge Raad 11-04-2017, ECLI:NL:HR:2017:655, 1912.16 B

Inhoudsindicatie

Beklag tegen beslag, Ontvankelijkheid

Samenvatting

De uitleg door de Rechtbank van het klaagschrift dat het strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto – via de klager – aan diens broer, is niet onbegrijpelijk. De wet kent niet de mogelijkheid dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast. Derhalve heeft de Rechtbank de klager terecht niet ontvankelijk verklaard in het klaagschrift.

Uitspraak

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat de Rechtbank de klager ten onrechte niet ontvankelijk heeft verklaard in zijn klaagschrift, strekkende tot teruggave van een onder hem inbeslaggenomen auto.

2.2.1. Het klaagschrift houdt, voor zover in cassatie van belang, het volgende in:

“1. Op 25 januari jl. is bij klager een auto (...) inbeslaggenomen.

2. Ondergetekende heeft de officier van justitie schriftelijk om teruggave verzocht.

3. De eigenaar van de auto is Karel T. (...) Dit betreft de broer van klager. Karel T. had zijn auto uitgeleend aan klager en is akkoord met teruggave aan klager.”

2.2.2. De Rechtbank heeft de klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift en daartoe het volgende overwogen:

“Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift gegrond verklaard dient te worden. De inbeslaggenomen auto is van de broer van klager en er is geen strafvorderlijk belang meer bij inbeslagneming.

De beoordeling

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Klager heeft gesteld dat hij de inbeslaggenomen auto van zijn broer had geleend. De wet kent echter niet de mogelijkheid tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander, dan aan degene die een klaagschrift tot teruggave heeft ingediend. Derhalve had niet klager, maar zijn broer een klaagschrift moeten indienen. Gelet hierop is de raadkamer van oordeel dat klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift dient te worden verklaard.”

 

2.3. De uitleg van een klaagschrift is aan de feitenrechter. Zijn oordeel dienaangaande kan – als steunend op een aan hem voorbehouden uitleg der gedingstukken – in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst.

2.4. Aan het door de klager ingediende klaagschrift ligt de stelling ten grondslag dat zijn broer als rechthebbende moet worden aangemerkt van de onder de klager inbeslaggenomen auto. Kennelijk heeft de Rechtbank het klaagschrift aldus verstaan dat het strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto – via de klager – aan diens broer. Die uitleg is niet onbegrijpelijk. De wet kent niet de mogelijkheid dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast. Derhalve heeft de Rechtbank de klager terecht niet ontvankelijk verklaard in het klaagschrift.

2.5. Het middel faalt.

Verder lezen
Terug naar overzicht