NBSTRAF 2017/187, Hoge Raad 11-04-2017, ECLI:NL:HR:2017:650, 2492.16

Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld

Samenvatting

Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Daarover klaagt het middel terecht. De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen de verdachte ter zake van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij. Daardoor wordt de aard en ernst van al hetgeen voor het overige ten laste van de verdachte is bewezenverklaard niet aangetast, zodat vernietiging van de bestreden uitspraak ter zake van de strafoplegging op deze grond achterwege kan blijven.

Uitspraak

2. Beoordeling van het vierde middel

2.1. Het middel klaagt onder meer over de motivering van de bewezenverklaring wat betreft de onder 6 vermelde strafverzwarende omstandigheid.

2.2.1. Het Hof heeft onder 6 ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op 29 september 2014 te Alphen aan den Rijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aansteker, toebehorende aan Jeroen de Groot, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen Jeroen de Groot, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld bestond uit het tegen een muur zetten van Jeroen de Groot en het fouilleren van Jeroen de Groot en doorzoeken van de zakken Jeroen de Groot”

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“6.1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 8 oktober 2014 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2014247830-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 120-121):

als de op 8 oktober 2014 afgelegde verklaring van Jeroen de Groot:

Ik doe aangifte van diefstal. Ik kwam verdachte op 29 september 2014 tegen op het Europark te Alphen aan den Rijn. Ik was met Fons Meertens en Cees van Buitenen. Cees was al bij de shelter en wij hadden daar afgesproken. Ik ben met Fons daarheen gefietst. Ik was amper van mijn fiets af toen verdachte op mij afliep. Ik moest direct met hem meekomen. Ik moest van hem met mijn armen wijd tegen de muur van de shelter gaan staan. Ook moest ik mijn benen spreiden van hem. Vervolgens heeft hij mijn broek- en jaszakken leeg gemaakt. Hij pakte mijn GSM, sleutels en een aansteker. De aansteker stak hij in zijn zak. Ik heb hem een paar keer gevraagd mijn spullen terug te geven. Hij deed dit niet.

6.2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 september 2014 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2014230782-7. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 46-50):

als de op 30 september 2014 afgelegde verklaring van Coen Flink:

Op 29 september 2014 was er een voorval in het Europapark in Alphen aan den Rijn. Verdachte kwam ene Jeroen de Groot tegen. Verdachte zoekt gewoon ruzie. Die Jeroen de Groot moest met zijn handen tegen de muur staan en dan ging verdachte hem fouilleren. Kijken of hij nog geld of sigaretten had. Jeroen de Groot had niks bij zich, alleen een aansteker.”

2.2.3. Het Hof heeft de verdachte ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde, gekwalificeerd als “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken”, alsmede ter zake van 1. “diefstal”, 2. en 5. “mishandeling”, 4. “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd” en 7. “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot jeugddetentie van 225 dagen, met last tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

2.3. Aangezien de bewezenverklaring van het onder 6 tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat de diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Daarover klaagt het middel terecht. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen de verdachte ter zake van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken. Daardoor wordt de aard en ernst van al hetgeen voor het overige ten laste van de verdachte is bewezenverklaard niet aangetast, zodat vernietiging van de bestreden uitspraak ter zake van de strafoplegging op deze grond achterwege kan blijven.

Verder lezen
Terug naar overzicht