NBSTRAF 2017/203, Hoge Raad 09-05-2017, ECLI:NL:HR:2017:830, 5118.15

Inhoudsindicatie

Consultatiebijstand, Fraude, Omzetbelasting

Samenvatting

Het Hof heeft geoordeeld dat in het midden kan blijven of de verdachte voorafgaand aan de verhoren door de FIOD op 17 oktober 2007 in de gelegenheid is gesteld een raadsman te raadplegen, omdat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij bij zijn bij de FIOD afgelegde verklaringen blijft en daarom geen belang heeft bij zijn verweer. Door het verweer op deze grond te verwerpen en de bedoelde bij de FIOD afgelegde verklaringen tot het bewijs te bezigen, heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

Het cassatiemiddel dat zich onder meer richt tegen de motivering van het oordeel van het Hof dat elke in de bewezenverklaring onder 1 en 2 vermelde aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan, behoeft dus geen behandeling. Nochtans wordt opgemerkt, dat ook zonder uitsluiting van die bewijsmiddelen uit de bewijsvoering niet zonder meer kan volgen dat de vennootschap waaraan de verdachte feitelijk leiding gaf de onderhavige aangiften omzetbelasting telkens opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan. Daaruit kan immers niet zonder meer worden afgeleid dat die vennootschap telkens minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij “met de handeling waarvoor aanspraak op het betrokken recht wordt gemaakt, deelnam aan fraude ter zake van de btw in het kader van een keten van leveringen”, in welk geval ter zake van de aan haar geleverde auto’s geen recht op aftrek van omzetbelasting bestond, maar die vennootschap die aftrek desalniettemin heeft geclaimd en de verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven.

Uitspraak

2. Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“A. De Snelle Vliet (Kamer van Koophandel nummer 123 456 78) in de periode van 23 december 2005 tot en met 28 september 2007 in Nederland, (telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangiften voor de omzetbelasting (voorzien van OB nr. 876 543 21) over de maanden november 2005 en december 2005 en januari 2006 en februari 2006 en maart 2006 en april 2006 en mei 2006 en juni 2006 en juli 2006 en augustus 2006 en september 2006 en oktober 2006 en november 2006 en december 2006 en januari 2007 en februari 2007 en maart 2007 en april 2007 en juli 2007 en augustus 2007, onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belasting/de Belastingdienst Oost/kantoor Apeldoorn, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid telkens hierin bestaan, dat in de aangiftebiljetten betreffende die maanden en/of in de elektronische aangiften betreffende die maanden telkens ten onrechte, althans een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd vermeld, zulks terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen;

B. De Snelle Vliet (Kamer van Koophandel nummer 345 678 90) in de periode van 27 juni 2007 tot en met 30 juli 2007 in Nederland, (telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangiften voor de omzetbelasting (voorzien van OB nr. 044846952B017030) over de maanden mei 2007 en juni 2007, onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belasting/de Belastingdienst Oost/kantoor Apeldoorn, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in de aangiftebiljetten betreffende die maanden en/of in de elektronische aangiften betreffende die maanden (telkens) ten onrechte, althans een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd vermeld, zulks terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen.”

2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende – door de Hoge Raad genummerde – bewijsmiddelen:

“1. Het relaas van de verbalisanten voornoemd in het OPV, waarbij de in dit proces-verbaal gerelateerde feiten zijn gecontroleerd en juist bevonden aan de hand van de onderliggende stukken en de bereikte conclusies zijn getoetst aan datzelfde materiaal, voor zover van belang inhoudende:

Op 9 juli 2007 is door een controle medewerker van de Belastingdienst Randmeren kantoor Apeldoorn, een boekenonderzoek ingesteld bij autohandel Jan Overveen h/o Veen Auto’s. Daarbij kwam naar voren dat Jan Overveen h/o Veen Auto’s al zijn auto’s ingekocht heeft bij TopCars B.V. die daarvoor facturen met omzetbelasting heeft uitgeschreven.

Over het jaar 2006 worden vrijwel alle door Jan Overveen bij TopCars B.V. ingekochte auto’s verkocht aan SmallCars B.V.

Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek van de Belastingdienst bij TopCars B.V. stelt de Belastingdienst tevens een onderzoek in bij De Snelle Vliet Uit dit onderzoek komt naar voren dat De Snelle Vliet over 2006 heel veel handel dreef in auto’s van de merken Mercedes, Audi en BMW geïmporteerd uit Duitsland. Vrijwel al deze auto’s zijn ingekocht bij Genk Mobielen B.V., AutoTronic B.V. en Jan Overveen h/o Veen Auto’s.

Verder zijn in deze klantendossiers van De Snelle Vliet prints van de internetsite ‘www.mobile.de’ aangetroffen van de betreffende auto. Daaruit valt op te maken dat De Snelle Vliet kennelijk op de hoogte is van de oorspronkelijke verkoopprijs van de betreffende auto in Duitsland, ‘www.mobile.de’ is een Internet zoeksite voor gebruikte auto’s uit Duitsland. Omdat verdachte de oorspronkelijke verkoopprijs kan vergelijken met de nagenoeg gelijke, of zelfs lagere prijs die hij zelf voor deze auto’s moet betalen, moet het verdachte duidelijk zijn dat er mogelijk BTW fraude wordt gepleegd.

Directeur en (middellijk) enig aandeelhouder van De Snelle Vliet is blijkens uittreksels van de Kamer van Koophandel verdachte.

Naar aanleiding van vorenstaande heeft de Belastingdienst de database, waarin intracommunautaire transacties (ICT) zijn vastgelegd, onderzocht teneinde na te gaan of de buitenlandse leveranciers welke volgens de ‘listing’ auto’s hebben geleverd aan TopCars B.V. ook aan andere Nederlandse leveranciers geleverd hebben. En indien dit het geval is of de Nederlandse leveranciers wel aan hun fiscale verplichting hebben voldaan.

Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat een aantal Duitse leveranciers die ook aan TopCars B.V. hebben geleverd, in het jaar 2006 ook hebben geleverd aan Genk Mobielen B.V. en aan AutoTronic B.V.

Uit onderzoek van de systemen van de Belastingdienst kwam vervolgens naar voren dat zowel Genk Mobielen B.V. en AutoTronic B.V. geen aangiften omzetbelasting hebben gedaan over de periode waarin men vermoedelijk wel auto’s importeerde.

Op 02 januari 2007 wordt de naam van de oorspronkelijke De Snelle Vliet gewijzigd in Vlietstroom B.V. die het oorspronkelijke OB-nummer 876 543 21 behoudt. Het bedrijf zelf, SmallCars, wordt ondergebracht in het op 2 februari 2007 nieuw opgerichte De Snelle Vliet met het OB-nummer 044846952B017030.

Alle aandelen van de nieuwe De Snelle Vliet worden ondergebracht in Veen Holding B.V. Alle aandelen van Veen Holding B.V. worden ondergebracht bij Vlietstroom B.V., de voormalige De Snelle Vliet, waarvan alle aandelen in handen zijn van verdachte.

De aangiften omzetbelasting over de onderzoeksperiode zijn derhalve gedaan door twee verschillende rechtspersonen. Over de periode 1 november 2005 tot en met december 2006 door De Snelle Vliet, het huidige Vlietstroom B.V.

Over de periode januari 2007 tot en met september 2007 hadden de aangiften omzetbelasting gedaan moeten worden door de nieuw opgerichte De Snelle Vliet. Dat is echter slechts gebeurd over de maanden mei en juni 2007. Over de maanden januari tot en met april 2007 en de maanden juli tot en met september 2007 zijn de aangiften omzetbelasting gedaan door Vlietstroom B.V. de voormalige De Snelle Vliet.

Gedurende de gehele periode van 20 oktober 2004 tot en met einde onderzoeksperiode zijn alle aandelen van De Snelle Vliet, Vlietstroom B.V. en Veen Holding B.V. direct, dan wel middellijk, in handen van verdachte die ook steeds bestuurder is geweest.

In de administratie van De Snelle Vliet zijn facturen met omzetbelasting aangetroffen van AutoTronic B.V. Genk Mobielen B.V. en Jan Overveen h/o Veen Auto’s.

De omzetbelasting vermeld op de voornoemde facturen van AutoTronic B.V. Genk Mobielen B.V. en Jan Overveen h/o Veen Auto’s zijn als voorbelasting opgenomen in de aangiften omzetbelasting van De Snelle Vliet.

Deze omzetbelasting is niet verrekenbaar, daar verdachte wist of had moeten weten dat hij met de aankoop van de auto’s deelneemt aan transacties die onderdeel uitmaken van een Btw-fraude. Daaruit volgt dat de aangiften omzetbelasting van De Snelle Vliet vermoedelijk opzettelijk onjuist zijn door daarin de in rekening gebrachte omzetbelasting door AutoTronic B.V. Genk Mobielen B.V. en Jan Overveen h/o Veen Auto’s als voorbelasting op te nemen.

2. De ambtsedige verklaring van Henk Deurloo, ambtenaar van de Belastingdienst, van 27 februari 2008, bijlage AH-09, voor zover van belang inhoudende:

Er worden auto’s vanuit Duitsland intracommunautair geleverd naar Nederland. De Duitse bedrijven factureren en listen hun intracommunautaire leveringen op diverse Nederlandse bedrijven.

Het betreft onder andere de bedrijven AutoTronic B.V. (hierna: AutoTronic), Genk Mobielen B.V. (hierna: Genk Mobielen) en TopCars B.V. (hierna TopCars).

Van de eerste twee bedrijven zijn facturen aangetroffen bij het bedrijf De Snelle Vliet (hierna: De Snelle Vliet).

Facturen van TopCars zijn aangetroffen bij Veen Auto’s en dit bedrijf factureerde vervolgens onder andere aan verdachte. Op de facturen van AutoTronic, Genk Mobielen, TopCars en Veen Auto’s is 19% omzetbelasting vermeld.

Door AutoTronic en Genk Mobielen zijn geen aangiften omzetbelasting ingediend. De op de facturen van AutoTronic en Genk Mobielen vermelde omzetbelasting is niet afgedragen aan de Belastingdienst. Deze omzetbelasting is door verdachte wel op haar aangifte als voorbelasting in aftrek gebracht.

Verdachte is in 2005 benaderd door Pieter Cornelissen, die zich voordeed als handelaar in auto’s die in Duitsland werden gekocht. Hij kon auto’s leveren en verdachte hoefde pas te betalen als hij zelf de auto verkocht (consignatie).

Bij die eerste auto kreeg hij een factuur van AutoTronic.

De factuurstroom was derhalve:

Duitse leveranciers -> AutoTronic (later Genk Mobielen) -> De Snelle Vliet.

Weer later verkocht Pieter Cornelissen via het bedrijf van zijn zoon Jan Overveen:

Veen Auto’s. In feite veranderde in de loop der jaren niet veel: verdachte kocht in van Pieter Cornelissen en Jan Overveen die hij als één zaak beschouwt en ter zake van die inkopen ontving hij inkoopfacturen van verschillende elkaar in de tijd opvolgende bedrijven.

Toen Pieter Cornelissen en Jan Overveen via het bedrijf Veen Auto’s (eenmanszaak van Jan Overveen) gingen leveren ontstond de volgende factuurstroom:

Duitse leveranciers -> TopCars -> Veen Auto’s -> verdachte.

Van AutoTronic en Genk Mobielen zijn facturen met omzetbelasting aangetroffen in de administratie van verdachte. Deze omzetbelasting had door beide bedrijven op aangifte moeten worden vermeld en afgedragen. Dit geldt ook indien gesteld wordt dat beide bedrijven nooit de beschikkingsmacht over de goederen hebben gekregen, immers dan zijn ze de omzetbelasting verschuldigd op basis van artikel 37 Wet OB. Nu dit niet is gebeurd is er sprake van het opzettelijk niet doen van aangifte OB, strafbaar gesteld in artikel 69, lid 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR).

Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie wordt de ondernemer te goeder trouw onder bepaalde voorwaarden beschermd in zijn aftrekrecht. Het Hof spreekt hierbij over ondernemers die er alles aan hebben gedaan om te voorkomen dat ze met hun transacties onderdeel uitmaken van een Btw-fraude.

In het Kittelarrest heeft het Hof van Justitie echter aangegeven dat een ondernemer die wist of had moeten weten dat hij met zijn transacties onderdeel uitmaakt van een Btw-fraude, hierdoor medeplichtig is aan deze fraude. Zo’n ondernemer heeft geen recht op aftrek van voorbelasting.

Op basis van de geschetste feiten en omstandigheden stel ik vast dat [verdachte] wist of had moeten weten dat ze met haar transacties onderdeel uitmaakte van een Btw-fraude. Met name vanwege het feit dat hij handelde met Pieter Cornelissen en toch facturen accepteerde van twee andere bedrijven en het feit dat hij inkocht voor prijzen waarvoor hij zelf de goederen in Duitsland niet kon inkopen. Verdachte heeft dit in zijn verhoren ook meerdere keren toegegeven.

Op basis hiervan bestaat er geen recht op aftrek van voorbelasting vermeld op de facturen van AutoTronic en Genk Mobielen. Nu deze voorbelasting door verdachte wel is geclaimd, zijn de aangiften omzetbelasting waarop deze voorbelasting is vermeld opzettelijk onjuist.

Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat de inkoopprijzen waarvoor hij de auto’s van Veen Auto’s kreeg aangeboden veel te laag waren. Hij heeft de prijzen op internet gezien waarvoor deze auto’s werden aangeboden en hij kocht bovendien regelmatig zelf in Duitsland in: hij kon de auto’s nooit krijgen voor de prijzen waarvoor Pieter Cornelissen en Jan Overveen hem de auto’s verkochten. Hij verklaart dat de grote verschillen alleen mogelijk zijn als de BTW over de auto’s in Nederland niet werd betaald.

Verdachte wist of had in ieder geval moeten weten dat hij met zijn aankopen van Veen Auto’s deel uitmaakt van een keten waarin Btw-fraude wordt gepleegd. Om die reden heeft verdachte geen recht op aftrek van de hem door Veen Auto’s in rekening gebrachte omzetbelasting. De aangiften omzetbelasting waarop verdachte deze omzetbelasting in aftrek heeft gebracht zijn derhalve opzettelijk onjuist door haar ingediend.

3. Een schriftelijke bescheid, zijnde uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, bijlage D/007, voor zover van belang inhoudende:

Dossiernummer 345 678 90

Naam: De Snelle Vliet

Akte van oprichting: 02-01-2007

Enig aandeelhouder: Veen Holding B.V.

4. Een schriftelijke bescheid, zijnde uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, bijlage D/012, voor zover van belang inhoudende:

Dossiernummer: 123 456 78

Naam: De Snelle Vliet

Akte van oprichting: 02-01-2007

Enig aandeelhouder: Vlietstroom B.V.

5. Een schriftelijke bescheid, zijnde uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, bijlage D/013, voor zover van belang inhoudende:

Dossiernummer: 123 456 78 v

Naam: Vlietstroom B.V.

Akte van oprichting: 20-10-2004

Enig aandeelhouder: verdachte

6. Een schriftelijk bescheid, zijnde een ambtsedige verklaring aangiftebiljetten omzetbelasting De Snelle Vliet, opgemaakt door Gert-Jan Vrieze, ambtenaar van de Belastingdienst, bijlage D/161, voor zover van belang inhoudende:

De hierna vermelde aangiftebiljetten omzetbelasting werden aan De Snelle Vliet toegezonden dan wel uitgereikt en op of omstreeks de in kolom 2 vermelde data terugontvangen.

Tijdvak Datum retourzending aangifte op of omstreeks

(...)

De aangiften omzetbelasting zijn door De Snelle Vliet in de maanden mei en juni 2007 op het omzetbelastingnummer 044846952B017030 ingediend en in de overige maanden op omzetbelastingnummer 876 543 21.

7. Een schriftelijk bescheid, zijnde een ambtsedige verklaring aangiftebiljetten omzetbelasting De Snelle Vliet, opgemaakt door Gert-Jan Vrieze, ambtenaar van de Belastingdienst, bijlage D/162, voor zover van belang inhoudende:

Naar aanleiding van de feiten, vermeld in het proces-verbaal opgemaakt door de Belastingdienst/FIOD ECD/kantoor Almelo contra De Snelle Vliet, deel ik u mee dat ik over de periode november 2005 tot en met augustus 2007 het volgende fiscale nadeel voor de omzetbelasting heb vastgesteld.

2005 2006 2007 Totaal

Facturen AutoTronic € 32.252 € 163.400 € 195.652

Facturen Genk Mobielen € 173.985 € 173.985

Facturen Jan Overveen € 118.749 € 387.331 € 506.080

Totaal € 875.716

8. De verklaring van verdachte van 17 oktober 2007, als opgenomen in het door Maarten Roelofs en Jan Stalmans, voornoemd op 17 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-1, voor zover van belang inhoudende:

De grotere aantallen auto’s heb ik sinds het begin via Pieter Cornelissen gekregen, maar Veen Auto’s heette eerst wel anders. De naam weet ik zo niet meer. Hij factureerde toen via een ander bedrijf. Het ging wel om dezelfde auto’s, en ook over dezelfde personen. Ik deed in elk geval ook toen zaken met Pieter Cornelissen, en met zijn zoon Jan Overveen. In mijn beleving is de vader, Pieter Cornelissen absoluut de baas. Daar doe ik het meeste zaken mee. De naam Genk Mobielen B.V. komt bij me op. Het was een B.V. Ik heb toen de kamer van Koophandel opgevraagd, en een BTW nummer nagetrokken. Ik heb toen wel gezien dat dat bedrijf niet op naam van Pieter Cornelissen stond. Pieter Cornelissen en Jan Overveen gaan dan later verder onder de naam Veen Auto’s. Ik kreeg de facturen van Genk Mobielen B.V. en AutoTronic B.V. als de auto afgeleverd werd door Jan Overveen of Pieter Cornelissen. Die hadden dan alle papieren, en ook de facturen van Genk Mobielen B.V. of daarvoor AutoTronic B.V. bij zich. In die tijd ging de betaling meestal contant. Ik betaalde dan aan Jan Overveen en Pieter Cornelissen. Een van beiden zetten dan hun handtekening op de facturen ten teken dat ik betaald had. Er kwam geen aparte kwitantie. Ik vond het wel vreemd.

Ik vond het wel raar dat AutoTronic en Genk Mobielen niet op hun naam stond, maar ik dacht dat Jan Overveen en Pieter Cornelissen in naam van dat bedrijf, AutoTronic, en later Genk Mobielen handelden.

Ook het hele handelen met Jan Overveen en Pieter Cornelissen bleef hetzelfde na de overgang van de inkopen via Veen Auto’s. Ik heb de Kamer van Koophandel gecheckt, en gekeken of ze een BTW nummer hadden. Ik vond het ook wel een beetje een raar verhaal, en heb het ook met een boekhouder overlegd.

9. De verklaring van verdachte van 17 oktober 2007, als opgenomen in het door Maarten Roelofs en Jan Stalmans, voornoemd op 17 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-2, waarbij de in dit proces-verbaal aangehaalde documenten zijn gecontroleerd en juist bevonden aan de hand van de onderliggende stukken, voor zover van belang inhoudende:

Verbalisanten:

Op een print van Internetsite ‘Mobile.de’ (D/014) betreffende een Volvo XC90 die in uw administratie is aangetroffen staan enkele met de hand geschreven notities. Vragen gehoorde of hij het handschrift herkent?

Gehoorde: Ik herken het handschrift. Dat is mijn handschrift. Dat weet ik zeker.

Verbalisanten:

Houden gehoorde voor dat blijkens de zojuist aan hem getoonde inkoopfactuur (D/015) hij de Volvo ingekocht heeft via AutoTronic B.V. voor € 32.362,95 exclusief BTW. De internetprijs exclusief BTW op de Mobile de print (D/014) bedraagt € 36.896,55. Het verschil bedraagt € 4.543,60. Het maximale verlies op deze transactie van AutoTronic B.V., afgezien van kortingen, bedraagt derhalve € 4.543,60. Dat verlies kan nog verder oplopen voor het bedrag wat AutoTronic B.V. aan kosten gemaakt heeft om de auto naar Nederland te brengen. Vragen gehoorde naar zijn reactie.

Gehoorde:

Dat is natuurlijk heel vreemd. Jullie zullen aan Pieter Cornelissen en Jan Overveen moeten vragen hoe hun een dergelijke prijs kunnen rekenen aan mij. Hun kopen die auto in. Ik weet niet wat ze er voor betaald hebben. Het verschil is zo groot, dat het geen normale korting kan zijn. Ik heb er geen verklaring voor, het zijn hun prijzen. Met hun bedoel ik Jan Overveen en Pieter Cornelissen. Een verklaring zou kunnen zijn dat hun, Jan Overveen en Pieter Cornelissen rommelen met de BTW.

Houden gehoorde voor dat uit de zojuist hem getoonde facturen (D/026 en D/027) blijkt dat de betreffende Volvo is ingekocht door InterAuto B.V. voor € 34.500 exclusief BTW, terwijl De Snelle Vliet de auto inkoopt voor € 32.142,86 exclusief BTW. Hieruit komt naar voren dat De Snelle Vliet de auto inkoopt onder de inkoopprijs in Duitsland, dit terwijl ook Veen Auto’s nog als tussenhandelaar heeft opgetreden. Vragen gehoorde naar zijn reactie.

Gehoorde:

Dat is natuurlijk raar, maar ik heb er echt niet op gelet. Nu ik het wel zie, dan is het wel een groot verschil. Ik denk toch dat Jan Overveen en Pieter Cornelissen iets doen met de BTW. Wat precies, dat moetje aan hun vragen. Ik weet niet precies hoe ze het doen. Misschien heb ik de kop wel een beetje in het zand gestoken.

Ik geef toe dat ik had moeten zien dat het niet klopte. Het grote prijsverschil had bij mij alarmbellen moeten laten afgaan.

10. De verklaring van verdachte van 18 oktober 2007, als opgenomen in het door Maarten Roelofs en Jan Stalmans, voornoemd op 18 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-3, voor zover van belang inhoudende:

Ik kreeg bij die eerste auto een factuur van AutoTronic, en ik weet nog dat ik aan Pieter Cornelissen heb gevraagd: dat ben je toch niet. Pieter Cornelissen vertelde me toen dat AutoTronic de zaak was waaronder hij werkte. Ik mocht het natrekken bij de Kamer van Koophandel, en heb het BTW nummer gecontroleerd. Het klopte allemaal volgens mij. Ik zag wel gelijk dat Pieter Cornelissen niet in het uittreksel van de KvK stond. Ik heb wel een kopie van het rijbewijs van de directeur van AutoTronic gevraagd, en die heb ik persoonlijk overhandigd gekregen van Pieter Cornelissen.

Later kwam Pieter Cornelissen ineens met Genk Mobielen B.V. Ook van Genk Mobielen B.V. heb ik een rijbewijs van de statutair directeur gekregen van Pieter Cornelissen.

Ik had op een gegeven moment wel in de smiezen, dat mijn inkoopprijs niet kon kloppen, als je de prijzen zag waarvoor de auto’s op internet stonden. Ik heb zelfs wel eens aan Pieter Cornelissen gevraagd, of hij wat met de BTW deed.

Ik zat zo in het net verweven, dat ik toch die auto’s weer liet staan. Het was en bleef natuurlijk commercieel goede handel.

Verbalisanten: Tonen gehoorde een 12-tal systeemuitdraaien omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende De Snelle Vliet met fiscaal nummer 876 543 21 over de maanden januari 2006 tot en met december 2006.

Tonen gehoorde verder een 4-tal systeemuitdraaien omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende De Snelle Vliet met fiscaal nummer 876 543 21 over de maanden januari 2007 tot en met april 2007.

Tonen gehoorde verder een 4-tal systeemuitdraaien omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende De Snelle Vliet met fiscaal nummer 044846952B017030 (Periode fiscale eenheid omzetbelasting) over de maanden mei tot en met augustus 2007.

Vragen gehoorde wie de aangiftebiljetten die daaraan ten grondslag liggen heeft opgemaakt, elektronisch verzonden en digitaal ondertekend heeft.

Gehoorde:

Mijn boekhouder, [betrokkene 3] heeft de aangiftebiljetten opgemaakt die hieraan ten grondslag liggen. Mijn boekhouder heeft van mij de elektronische handtekening en de codes gekregen om dat te kunnen doen.

Verbalisanten:

Wie is er volgens u verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de aangiften Omzetbelasting ten name van De Snelle Vliet over de periode november 2005 tot en met heden?

Gehoorde:

Ik ben daarvoor volledig als enige verantwoordelijk.

Ik heb inkoopprijzen van auto’s gekregen van Veen Auto’s, Genk Mobielen B.V. en AutoTronic, eigenlijk van Jan Overveen en Pieter Cornelissen dus, die gewoon niet konden als je de prijs ziet waarvoor die auto’s in Duitsland aangeboden werden. Hoe het precies zat wist ik niet. Toen Genk Mobielen B.V. begon, kreeg ik echt het idee dat het niet goed zat. Dat vond ik heel vreemd. Dat zal ongeveer mei juni 2006 geweest zijn. Je houdt jezelf dan nog weer voor de gek, en ik heb gedacht, ach die kampers zullen het wel anders regelen.

Het is ook een kwestie geweest van de kop in het zand steken. Ik wist natuurlijk wel voor welke prijzen die auto’s in Duitsland op Internet aangeboden werden. Ik kocht en koop ook zelf nog in, in Duitsland. Ik kon de auto’s in Duitsland nooit krijgen voor het geld waarvoor Jan Overveen en Pieter Cornelissen de auto’s aan mij verkochten.

11. De verklaring van verdachte van 18 oktober 2007, als opgenomen in het door Maarten Roelofs en Jan Stalmans, voornoemd op 18 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-4, voor zover van belang inhoudende:

Verbalisanten: Tonen gehoorde een factuur van AutoTronic B.V. d.d. 20-3-2006 aan De Snelle Vliet met factuurnummer 123.2014 betreffende een Audi A4 2.0 TDI voor een bedrag van € 24.000. inclusief BTW. Vragen gehoorde om welke auto dit gaat, en wie er hier heeft getekend voor voldaan.

Nu jullie mij vragen wat ik hier van de prijzen vind, moet ik zeggen dat er een gat tussen zit van 7900 Euro, dat ik de auto goedkoper heb gekregen van Pieter Cornelissen dan waarvoor die wagen op het Internet stond. Het was een mooie auto, daar zat geen schade op. Dan is een korting van 7900 Euro aan de hoge kant. Pieter Cornelissen heeft dan nog niets verdiend, en ook de ophaalkosten zijn dan nog niet berekend.

12. De verklaring van verdachte van 19 oktober 2007, als opgenomen in het door Maarten Roelofs en Jan Stalmans, voornoemd op 19 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-5, voor zover van belang inhoudende:

Ik moet wel toegeven dat ik eigenlijk wel wist, en zeker had moeten weten, dat er iets niet goed zat met de BTW op de facturen die ik heb gekregen van AutoTronic B.V., Genk Mobielen B.V. en Veen Auto’s. Zoals ik al gezegd heb, zijn de inkoopprijzen waarvoor Jan Overveen en Pieter Cornelissen mij de auto’s aan kon bieden zo laag, vergeleken met de prijzen waarvoor die auto’s op Internet staan, dat het niet om kortingen kan gaan. Ik ben doorgegaan, omdat het toch heel interessante handel was, waaraan ik goed kon verdienen. Ik heb m’n kop in het zand gestoken, door mezelf wijs te maken dat die kampers wel iets zouden kunnen met belastingen wat normaal niet kan.

13. Schriftelijke bescheiden, zijnde een systeemuitdraai aangifte omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende De Snelle Vliet met fiscaalnummer 876 543 21 over de maanden november en december 2005, bijlagen D/173 respectievelijk D/174.

14. Schriftelijke bescheiden, zijnde een systeemuitdraai aangifte omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende De Snelle Vliet met fiscaalnummer 876 543 21 over de maanden januari tot en met december 2006, januari 2007 tot en met april 2007, bijlagen D/028 tot en met D0/43.

15. Schriftelijke bescheiden, zijnde een systeemuitdraai aangifte omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende De Snelle Vliet met fiscaalnummer 876 543 21 over de maanden juli en augustus 2007, bijlagen D/046 en D/047.

16. Schriftelijke bescheiden, zijnde een systeemuitdraai aangifte omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende De Snelle Vliet met fiscaalnummer 044846952B017030 over de maanden mei en juni 2007, bijlagen D/044 en D/045.”

2.3. Het Hof heeft een namens de verdachte gevoerd verweer als volgt samengevat en daaromtrent als volgt beslist:

“Salduzverweer

De verdediging heeft bepleit dat verklaringen van verdachte die zijn afgelegd bij de FIOD moeten worden uitgesloten van het bewijs omdat verdachte voorafgaand aan deze verhoren niet is gewezen op zijn recht op rechtsbijstand.

Het hof stelt vast dat verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij bij zijn bij de FIOD afgelegde verklaringen blijft. Als er al sprake zou zijn van een vormverzuim – hetgeen het hof in het midden laat –, heeft verdachte geen belang bij zijn verweer, aangezien hij de inhoud van die verklaring nadien als juist heeft erkend.”

2.4. Het Hof heeft ter zake van het opzet voorts nog het volgende overwogen:

“De verdediging heeft betoogd – na bespreking van Europese jurisprudentie – dat in de tenlastegelegde periode bij velen de gedachte leefde dat het recht op vooraftrek gelet op de Nederlandse wetgeving ontstaat op grond van een correcte factuur en dat dit recht niet teloor kan gaan wanneer men had moeten weten dat bij een leverancier sprake was van een BTW-fraude. Verdachte is ook in die zin geadviseerd door zijn boekhouder en een fiscalist, hetgeen tot de conclusie moet leiden dat er bij verdachte geen sprake was van opzet, aldus de verdediging.

Het hof overweegt hierover dat dit verweer niet kan slagen omdat in de onderhavige zaak de facturen voor iedereen kenbaar niet correct waren. Immers, er werd voor de aankoop van auto’s door verdachte betaald aan de medeverdachte Pieter Cornelissen en die auto’s werden geleverd door de medeverdachte Pieter Cornelissen en die auto’s niet werden geleverd door de rechtspersonen die op de facturen stonden vermeld en ook niet werd betaald aan die rechtspersonen. Daarbij heeft verdachte niet doorgevraagd naar de verhoudingen tussen zijn zakenpartner(s) en de betrokken rechtspersonen maar volstaan met een enkele check bij het Handelsregister en voor wat betreft het bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid genoegen genomen met de kennisneming van een hem door een medeverdachte aangereikte kopie van een rijbewijs op naam van een hem onbekende derde, die in het Handelsregister als handelingsbevoegd stond vermeld en die medeverdachte(n) zelf niet als handelingsbevoegd voor die rechtspersonen in het Handelsregister waren vermeld.”

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt onder meer dat het Hof in strijd met een gevoerd verweer de verklaringen die de verdachte op 17 oktober 2007 bij de FIOD heeft afgelegd zonder dat hij voorafgaand aan die verhoren in de gelegenheid was gesteld een advocaat te raadplegen, bij de bewijsvoering heeft betrokken.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat in het midden kan blijven of de verdachte voorafgaand aan de verhoren door de FIOD op 17 oktober 2007 in de gelegenheid is gesteld een raadsman te raadplegen, omdat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij bij zijn bij de FIOD afgelegde verklaringen blijft en daarom geen belang heeft bij zijn verweer. Door het verweer op deze grond te verwerpen en de bedoelde bij de FIOD afgelegde verklaringen (bewijsmiddelen 8 en 9) tot het bewijs te bezigen, heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting (HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN9293).

3.3. De klacht is gegrond.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Op grond van hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. Het tweede middel – dat zich onder meer richt tegen de motivering van het oordeel van het Hof dat elke in de bewezenverklaring onder 1 en 2 vermelde aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan – behoeft dus geen behandeling. Nochtans vindt de Hoge Raad aanleiding het volgende op te merken.

4.2. Ook zonder uitsluiting van de bewijsmiddelen 8 en 9 kan uit de bewijsvoering niet zonder meer volgen dat De Snelle Vliet de onderhavige aangiften omzetbelasting telkens opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan. Daaruit kan immers niet zonder meer worden afgeleid dat De Snelle Vliet telkens minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij “met de handeling waarvoor aanspraak op het betrokken recht wordt gemaakt, deelnam aan fraude ter zake van de btw in het kader van een keten van leveringen” als bedoeld in HR 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:442, BNB 2016/97 (belastingkamer), in welk geval ter zake van de aan haar geleverde auto’s geen recht op aftrek van omzetbelasting bestond, maar De Snelle Vliet die aftrek desalniettemin heeft geclaimd en de verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven.

Verder lezen
Terug naar overzicht