NBSTRAF 2017/205, Hoge Raad 09-05-2017, ECLI:NL:HR:2017:831, 5774.15

Inhoudsindicatie

Vordering tenuitvoerlegging, Vervanging gevangenisstraf, Taakstraf

Samenvatting

De rechter kan een taakstraf gelasten in plaats van een last te geven tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf. De duur van die taakstraf bedraagt ten hoogste 240 uren. Noch art. 22d lid 3 Sr noch enige andere wetsbepaling dwingt de rechter ertoe bij het gelasten van een taakstraf ter vervanging van een vrijheidsstraf zulks te doen aan de hand van de maatstaf van twee uren taakstraf per dag vrijheidsstraf. Wel brengt een redelijke wetsuitleg mee dat het de rechter niet vrij staat om voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, op de voet van art. 22d Sr vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt.

Uitspraak

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof bij de vervanging van de gevangenisstraffen waarvan het de tenuitvoerlegging heeft gelast, ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, niet is uitgaan van de omrekening van een dag vrijheidsbeneming naar twee uren taakstraf.

2.2. Het Hof heeft de verdachte ter zake van diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken. Voorts houdt het dictum van het bestreden arrest, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Den Haag van 11 april 2014, parketnummer 09-817988-14, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van veertien dagen, te vervangen door: een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 2 (twee) weken hechtenis.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 14 april 2014, parketnummer 15-018768-14, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van één week, te vervangen door: een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 1 (één) week hechtenis.”

 

2.3. Voor de beoordeling van het middel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang:

– art. 14g leden 1 en 2 Sr:

“1. Indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd kan de rechter, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie en onverminderd het bepaalde in artikel 14f,

1º. gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd;

2º. al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden gelasten dat een gedeelte van de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

2. In plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf te geven kan de rechter een taakstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3º, gelasten. De artikelen 22b tot en met 22k zijn van overeenkomstige toepassing.”

– art. 22c leden 1 en 2 Sr:

“1. Een taakstraf bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid. Het vonnis dan wel de strafbeschikking vermeldt het aantal uren dat de straf zal duren. Het vonnis dan wel de strafbeschikking kan de aard van de te verrichten werkzaamheden vermelden.

2. De taakstraf duurt ten hoogste tweehonderdenveertig uren.”

– art. 22d leden 1, 2 en 3 Sr:

“1. In het vonnis waarbij taakstraf wordt opgelegd, beveelt de rechter, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast.

2. De duur van de vervangende hechtenis wordt in gehele dagen, weken of maanden vastgesteld.

3. De vervangende hechtenis beloopt ten minste één dag en ten hoogste vier maanden. Voor elke twee uren van de taakstraf wordt niet meer dan één dag opgelegd.”

2.4. Ingevolge art. 14g lid 2 Sr kan de rechter een taakstraf gelasten in plaats van een last te geven tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf. Op grond van art. 22c lid 2 Sr bedraagt de duur van die taakstraf ten hoogste 240 uren. Anders dan het middel betoogt, dwingt noch art. 22d lid 3 Sr noch enige andere wetsbepaling de rechter ertoe bij het gelasten van een taakstraf ter vervanging van een vrijheidsstraf zulks te doen aan de hand van de maatstaf van twee uren taakstraf per dag vrijheidsstraf. Wel brengt – zo is in onder meer HR 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:776, NJ 2014/207, NbSr 2014/130 beslist – een redelijke wetsuitleg mee dat het de rechter niet vrij staat om voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, op de voet van art. 22d Sr vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt.

2.5. Het middel faalt.

Verder lezen
Terug naar overzicht