NBSTRAF 2017/208, Hoge Raad 18-04-2017, ECLI:NL:HR:2017:841, 3456.15

Inhoudsindicatie

Strafmotivering, Justitiële documentatie, Onherroepelijk

Samenvatting

De Hoge Raad oordeelt dat de vaststelling van het hof dat de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld, niet zonder meer begrijpelijk is, aangezien het uittreksel justitiële documentatie daarvoor geen steun biedt. Uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat de eerdere veroordeling ten tijde van de bewezen verklaarde hennepteelt nog niet onherroepelijk was, hoewel veroordelend vonnis wel dateert van vóór pleegdatum. Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:329, Gevolgd.

Uitspraak

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt over de strafmotivering.

2.2. De verdachte is ter zake van “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. De strafoplegging is onder meer als volgt gemotiveerd: “Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 30 juni 2015 is de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk veroordeeld. Het hof houdt bij de strafmaat rekening met het feit dat een eerdere veroordeling de verdachte niet heeft weerhouden van het wederom opzetten van een hennep(stekken)kwekerij.”

2.3. De vaststelling dat de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld, is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

2.4. Het middel is terecht voorgesteld.

Conclusie A-G mr. Bleichrodt

1. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 20 juli 2015 de verdachte wegens “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. (...)

4. Het middel behelst de klacht dat het hof de opgelegde straf niet begrijpelijk heeft gemotiveerd, onder meer omdat het hof in zijn strafmotivering mede heeft overwogen dat uit het uittreksel justitiële documentatie van 30 juni 2015 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor hennepteelt, terwijl uit dat uittreksel niet kan worden afgeleid dat de verdachte voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit ter zake van hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld.

5. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij op 9 februari 2010 te Zwanenburg opzettelijk een hoeveelheid van ongeveer 600 hennepmoederplanten en 9.880 hennepstekken heeft geteeld. (...)

7. Bij de stukken van het geding bevindt zich een elf pagina’s tellend uittreksel justitiële documentatie van 30 juni 2015 betreffende de verdachte. Dit uittreksel houdt onder “volledige afgedane zaken betreffende misdrijven” in dat de verdachte bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 januari 2010 ter zake van hennepteelt (gepleegd in de periode van 1 december 2008 tot en met 12 februari 2009) is veroordeeld tot een geldboete van € 3.600, subsidiair 46 dagen hechtenis, en dat dit vonnis op 11 februari 2010 onherroepelijk is geworden. Voor het overige vermeldt het uittreksel geen onherroepelijke veroordelingen ter zake van hennepteelt.

8. In zijn (...) strafmotivering heeft het hof overwogen dat uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld en dat die eerdere veroordeling de verdachte niet heeft weerhouden van het wederom opzetten van een hennepkwekerij. Daarmee heeft het hof kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de verdachte vóór de pleegdatum van de bewezen verklaarde hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld voor een andere hennepteelt en dat het hof deze omstandigheid als strafverzwarend heeft aangemerkt. Gelet op de (...) weergegeven inhoud van het uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte, zijn deze feitelijke vaststelling en het daarop gebaseerde oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk, aangezien het voornoemde uittreksel daarvoor geen steun biedt. Dit uittreksel vermeldt immers slechts één onherroepelijke veroordeling ter zake van hennepteelt, terwijl het desbetreffende vonnis eerst op 11 februari 2010 onherroepelijk is geworden. Ten tijde van het bewezen verklaarde feit, te weten op 9 februari 2010, was deze veroordeling nog niet onherroepelijk. De omstandigheden dat het veroordelende vonnis wel dateert van vóór die datum en dat het vonnis kort na de pleegdatum van het bewezen verklaarde feit onherroepelijk is geworden, doen niet af aan de onbegrijpelijkheid van het oordeel van het hof. Met de verwijzing naar “een eerdere veroordeling” heeft het hof immers onmiskenbaar het oog gehad op de in de voorafgaande zin opgenomen vaststelling dat de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld. Nu het uittreksel geen steun biedt aan deze vaststelling, is de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd.1

9. Voor zover het middel klaagt over de overweging van het hof dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor hennepteelt, is het middel terecht voorgesteld. Dit brengt mee dat de andere in het middel vervatte strafmotiveringsklacht buiten bespreking kan blijven.2

Voetnoten

1
Vgl. voor arresten waaruit kan worden afgeleid dat bij verwijzingen in de strafmotivering naar eerdere veroordelingen met de toevoeging dat die veroordelingen de verdachte er niet van hebben weerhouden het bewezen verklaarde feit te plegen, de datum van het feit bepalend is ten aanzien van de vraag op welk moment die veroordelingen onherroepelijk moeten zijn: HR 23 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:308, rov. 3, HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3617, rov. 3, HR 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:64, rov. 2, HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:22, rov. 3, HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1553, rov. 3, HR 29 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1065, rov. 3, HR 8 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:887, rov. 2, HR 8 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:883, rov. 2 en HR 23 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8168, rov. 2. Vgl. voorts HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:3073, rov. 2, HR 23 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:308, rov. 3, HR 15 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3575, rov. 3 en HR 23 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1699, rov. 3.
2
In de toelichting op het middel wordt voorts geklaagd dat het hof de opgelegde straf niet begrijpelijk heeft gemotiveerd, gelet op hetgeen het hof heeft overwogen ten aanzien van de inhoud van de oriëntatiepunten, aangezien het hof geen inzicht heeft gegeven in de mate waarin de in de bewezenverklaring genoemde hennepstekken hebben bijgedragen aan het – in afwijking van het in de oriëntatiepunten genoemde uitgangspunt – opleggen van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.
Terug naar overzicht