NBSTRAF 2017/276, Hoge Raad 04-07-2017, ECLI:NL:HR:2017:1226, 5171.15

Inhoudsindicatie

Witwassen, Verwerven, Schadevergoedingsmaatregel

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld wegens witwassen. Het middel doet een beroep op de rechtspraak van de Hoge Raad over – in het bijzonder – de kwalificeerbaarheid als witwassen van het “verwerven” van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. ECLI:NL:HR:2014:702, NbSr 2014/141, noot mr. J.S. Spijkerman en ECLI:NL:HR:2016:2842, NbSr 2017/6, noot mr. J.C. Dekkers). De bewezenverklaring houdt in casu echter ook in dat verdachte hoeveelheden (contant) geld heeft “omgezet” en/of daarvan “gebruik heeft gemaakt” als bedoeld in bedoeld art. 420bis lid 1 sub b Sr. Gelet hierop, en in aanmerking genomen dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het “verwerven” van de geldbedragen, zou de mogelijke gegrondheid van deze klacht niet tot cassatie behoeven te leiden wegens het ontbreken van voldoende belang.

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:588, Gevolgd.

Uitspraak

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1. Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het onder 6 bewezenverklaarde, voor zover inhoudende dat de verdachte hoeveelheden (contant) geld heeft verworven, “witwassen” oplevert.

2.2.1. Het Hof heeft ten laste van de verdachte onder 6 bewezenverklaard dat:

“hij op tijdstippen in de periode van 18 augustus 2010 tot en met 8 mei 2012 op een of meerdere plaatsen in Nederland, voorwerpen, te weten hoeveelheden (contant) geld, zijnde de inkomsten uit de prostitutiewerkzaamheden van slachtoffers A, B, C, D en E heeft verworven en omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.”

2.2.2. Het Hof heeft deze bewezenverklaring gekwalificeerd als “Witwassen, meermalen gepleegd”.

2.2.3. Het Hof heeft in het bestreden arrest – voor zover voor de beoordeling van het middel van belang – het volgende overwogen:

“Nu de bewezenverklaring niet inhoudt dat verdachte geld voorhanden heeft gehad, behoeven de opmerkingen van de raadsman aangaande de jurisprudentie van de Hoge Raad over het enkele voorhanden hebben door een verdachte van een uit eigen misdrijf afkomstig voorwerp geen nadere bespreking.”

2.3. Het middel doet een beroep op de rechtspraak van de Hoge Raad over in het bijzonder de kwalificeerbaarheid als witwassen van het “verwerven” van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:702, NJ 2014/302 en HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842). De bewezenverklaring houdt evenwel ook in dat de verdachte de hoeveelheden (contant) geld heeft “omgezet” en/of daarvan “gebruik heeft gemaakt”. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het “verwerven” van de geldbedragen, zou de mogelijke gegrondheid van deze klacht niet tot cassatie behoeven te leiden wegens het ontbreken van voldoende belang van de verdachte bij deze klacht.

2.4. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

Verder lezen
Terug naar overzicht