NBSTRAF 2017/7, Hoge Raad 20-12-2016, ECLI:NL:HR:2016:2889, 911.15 (met annotatie van mr. D.J. van Leeuwen)

Inhoudsindicatie

Oplichting

Samenvatting

Art. 326 lid 1 Sr bevat, als eerste bepaling van Titel XXV van het Tweede Boek waarin verschillende vormen van bedrog strafbaar zijn gesteld, een algemene strafbaarstelling van “oplichting”. Voor een veroordeling wegens oplichting is onder meer vereist dat sprake is van het bezigen van een of meer van de in die bepaling specifiek aangeduide oplichtingsmiddelen: het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen of het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels. Gebleken is dat…

Verder lezen
Terug naar overzicht