Nederlandse kansspelbelasting verschuldigd over hoofdprijs Westdeutsche Lotterie


Samenvatting

Belanghebbende heeft in 2012 de hoofdprijs in de Westdeutsche Lotterie gewonnen (€ 3.501.699,60). Het bedrag is op 7 mei 2012 op zijn rekening gestort. In Duitsland wordt een Lotteriesteuer van 16,66% van de totale verkoopwaarde van alle loten geheven. Daarnaast wordt een Konzessionsbeitrag van 24% van de totale inleg geheven. De Lotteriesteuer en de Konzessionsbeitrag worden geheven van de organisator van het kansspel. Ter zake van de hoofdprijs is aan belanghebbende de onderhavige naheffingsaanslag kansspelbelasting opgelegd ten bedrage van € 1.015.492. Belanghebbende bestrijdt deze naheffingsaanslag voor het hof, echter zonder succes. Het hof zet uiteen dat:

  • het feit dat in Duitsland Lotteriesteuer is verschuldigd over de nominale waarde van loten, dan wel dat een Konzessionsbeitrag wordt geheven van de organisator van het kansspel, niet meebrengt dat de door hem gewonnen prijs is onderworpen aan een gelijksoortige belasting in de zin van art. 52 BvdB 2001;

  • het vertrouwensbeginsel niet is geschonden nu de Leidraad Loterijbelasting op 16 december 2010 rechtsgeldig is ingetrokken;

  • het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel evenmin is geschonden, nu de door belanghebbende vergeleken situaties feitelijk niet gelijk zijn; de Duitse organisator heeft immers geen kansspelbelasting ingehouden op de prijs;

  • dat het vrije dienstenverkeer ex art. 56 VWEU ook niet is geschonden, aangezien de heffing van Nederlandse kansspelbelasting niet belemmerend werkt op de deelname aan buitenlandse loterijen, en

  • dat evenmin sprake is van schending van art. 1 EP EVRM, aangezien er geen sprake is van een buitensporige last. Van het tarief van de kansspelbelasting van 29% kan volgens het hof in het algemeen niet worden gezegd dat het…

Verder lezen
Terug naar overzicht