Niet aannemelijk dat dieet dient ter bestrijding van ondervoeding


Samenvatting

Belanghebbende heeft in het jaar 2003 in zijn aangifte rekening gehouden met een aftrek voor dieetkosten ter hoogte van een bedrag dat voorkomt in de dieetkostentabel van art. 37, lid 1, Uitv.reg. IB 2001. Dieetkosten komen alleen als buitengewone uitgaven wegens ziekte voor aftrek in aanmerking voor zover het een dieet betreft dat is genoemd in die tabel. Bij een Moermandieet kunnen de aftrekbare dieetkosten op andere wijze worden berekend. Tussen partijen staat echter vast dat geen sprake is van een Moermandieet. Dit houdt in dat het bedrag van de voor belanghebbende aftrekbare dieetkosten alleen mag worden bepaald aan de hand van de in art. 37 Uitv.reg. IB 2001 geldende regels. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een dieet ter zake van ondervoeding bij volwassenen (vloebaar energieverrijkt). Uit de medische verklaring blijkt wel dat belanghebbende alleen vloeibaar voedsel kan gebruiken, maar niet dat dat samenhangt met ondervoeding en ook niet dat het een energieverrijkt dieet betreft.

(Hoger beroep ongegrond.)

Commentaar

Op grond van (destijds) art. 6.17, lid 1, onderdeel c, Wet IB 2001 worden extra uitgaven voor een op medisch voorschrift gehouden dieet als uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling aangemerkt. Art. 37 Uitv.reg. IB 2001 bevat een lijst waarin nader geregeld is voor welk soort dieet en tot welk bedrag extra uitgaven aftrekbaar zijn. Voor diëten die niet in art. 37 Uitv.reg. IB 2001 genoemd zijn, mogen geen extra uitgaven in aanmerking worden genomen. Voorts heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat de extra kosten van een op medisch voorschrift…

Verder lezen
Terug naar overzicht