Niet aannemelijk dat samenleving is verbroken: geen alleenstaande ouderkorting


Samenvatting

Belanghebbende, sinds 2000 gehuwd, is in 2005 gescheiden van haar echtgenoot. Middels een voorlopige teruggaaf heeft belanghebbende voor het jaar 2004 verzocht om de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner. Deze is toegekend. Vervolgens heeft zij in de aangifte verzocht om toepassing van de alleenstaande ouderkorting en de aanvullende alleenstaande ouderkorting. Deze zijn door de inspecteur geweigerd. Met Rechtbank Haarlem is het hof van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de echtelijke samenleving in of vóór 2004 feitelijk is verbroken, waardoor niet is voldaan aan het vereiste dat belanghebbende in het onderhavige jaar gedurende meer dan zes maanden geen partner had.

(Hoger beroep ongegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht