Niet ingaan op een uitnodiging is geen afzien van horen


Samenvatting

Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift aangegeven dat hij tijdens de bezwaarfase niet is gehoord en dat hij alsnog gehoord wenst te worden.

De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur enkel mag afzien van horen indien een belastingplichtige uitdrukkelijk afstand doet van zijn recht gehoord te worden. Dat een belanghebbende niet ingaat op een uitnodiging voor een hoorgesprek is niet aan te merken als het afzien van horen. De inspecteur had volgens het beleid van de staatssecretaris contact moeten opnemen met belanghebbende, aldus de rechtbank. De rechtbank wijst de zaak terug naar de inspecteur.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

Ter motivering van haar beslissing wijst de rechtbank op HR 15 mei 2009, nr. 08/00437, NTFR 2009/1114, en op beleid van de staatssecretaris van Financiën. Uit bedoeld arrest blijkt dat indien bij de inspecteur twijfel kan bestaan over de vraag of belanghebbende al dan niet toestemming heeft gegeven om van het horen af te zien, hij gehouden blijft belanghebbende in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. In casu kon bij de inspecteur kennelijk dergelijke twijfel bestaan, ondanks de omstandigheid dat hij belanghebbende bij vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar in de gelegenheid had gesteld om te worden gehoord, maar daarop niet binnen de daartoe gestelde termijn (veertien dagen) is gereageerd. Zoals de Hoge Raad het in zijn arrest heeft overwogen, kan het uitblijven van een reactie immers een andere oorzaak of reden hebben dan het niet gehoord willen worden. Dat ten aanzien van de hoorplicht van de inspecteur een actieve(re) houding mag worden verwacht, is ook iets wat de staatssecretaris van Financiën voor ogen staat, …

Verder lezen
Terug naar overzicht