Niet verschenen partij moet kennis kunnen nemen van ter zitting overgelegde stukken


Samenvatting

In een WOZ-procedure is de objectafbakening in geschil. Belanghebbende is met voorafgaande kennisgeving niet op de hofzitting verschenen. De heffingsambtenaar heeft ter zitting stukken overgelegd. Het hof heeft deze stukken ten grondslag gelegd aan zijn oordeel over de objectafbakening. Volgens de Hoge Raad brengt een goede procesorde mee dat in zo’n geval belanghebbende nog in de gelegenheid wordt gesteld kennis te nemen van de stukken en daarop te reageren. Nu het hof dit heeft nagelaten, moet de hofuitspraak worden vernietigd.

Feiten

Bij beschikking is de waarde van de onroerende zaak a-straat 1, begane grond, te Z (hierna: de onroerende zaak) voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld.

Geschil

3.1. Voor het Hof was onder meer in geschil of de onroerende zaak tezamen met de onroerende zaak a-straat 1, 1e etage, één object vormt in de zin van de Wet WOZ.

Rechtsoverwegingen

3.2. De zaak is ter zitting van het Hof behandeld op 23 augustus 2005. Van de zijde van belanghebbende is ter zitting – met berichtgeving daarvan aan het Hof – niemand verschenen. Ter zitting zijn – zonder voorafgaande aankondiging of toezending – door het Hoofd stukken overgelegd, welke stukken het Hof blijkens de verwijzing daarnaar in onderdeel 6.2 van de uitspraak heeft betrokken bij zijn oordeel over de objectafbakening.

3.3. Artikel 8:58, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken kunnen indienen. Deze bepaling beoogt, blijkens de daarop gegeven toelichting, een…

Verder lezen
Terug naar overzicht