Nietigheid door WvG ook bij afspraak dat geleverd zou worden als WvG vervallen is


Art 26 Wet voorkeursrecht Gemeenten (WvG)

De Hoge Raad heeft recentelijk wederom een belangrijke uitspraak gedaan over de vraag of een bepaalde rechtshandeling nietig mocht worden verklaard door een gemeente wegens strijd met de Wet voorkeursrecht gemeenten (WvG).

Art. 26 WvG geeft gemeenten de mogelijkheid om de nietigheid in te roepen van rechtshandelingen die de strekking hebben om afbreuk te doen aan de in de WvG geregelde voorkeurspositie van gemeenten. Uit eerdere uitspraken van de Hoge Raad en de wetsgeschiedenis blijkt, dat het met name dan gaat om rechtshandelingen die de strekking hebben om de aanbiedingsplicht te ontduiken en daarom zodanig zijn opgezet dat geen sprake is van een aanbiedingsplichtige vervreemding maar van overgang – in enigerlei mate! – van de beschikkingsmacht en het economisch belang.

De casus was als volgt. A is eigenaar van een stuk grond. Hierop rust een voorkeursrecht als bedoeld in de WvG. A sluit met projectontwikkelaar B een overeenkomst getiteld ‘overeenkomst in het kader van zelfrealisatiebestemmingen’.

Op grond van die overeenkomst is A verplicht zijn land aan projectontwikkelaar B te leveren binnen 1 maand nadat het voorkeursrecht van de gemeente vervalt of de gemeente toestemming voor de vervreemding heeft gegeven. Belangrijk bijkomende afspraken waren:

  • bij wijze van waarborgsom B reeds 100% van de koopprijs voldeed aan A bij het tekenen van de koopakte;

    - het was voor A verboden om zonder voorafgaande toestemming van B planologische bezwaren te maken tegen de plannen van B voor die grond;

    - A heeft een volmacht gegeven aan B om namens haar met de gemeente te onderhandelen en te contracteren over belangrijke zaken zoals levering van de grond, bestemmingswijzigingen en vergunningen (zoals onder meer…

Verder lezen
Terug naar overzicht