Niets is zeker en zelfs dat niet - Het jaar 2011 voor btw en overdrachtsbelasting


Voor de btw en overdrachtsbelasting was 2011 een bewogen jaar. Een aantal btw-zekerheden werd aan het wankelen gebracht. Zo plaatste de Hoge Raad vraagtekens bij de Nederlandse regeling voor bouwterreinen, btw-opties, interne leveringen en leveringen tijdens herontwikkeling. Het Europese hof moet over al deze zaken het Paris-oordeel vellen. De Hoge Raad bleek verder de unitgedachte niet te volgen. De praktijk krijgt verder te maken met een nieuw beleid voor btw-aftrek bij leegstand. Dit beleid zal veelal ongunstig uitwerken. Bij de overdrachtsbelasting springt uiteraard de tijdelijke tariefsverlaging voor woningen in het oog. Een maatregel die met trompetgeschal werd ontvangen, maar per saldo weinig teweeg bracht. Goed nieuws was wel de toepassing van de samenloopvrijstelling bij de verkrijging van aandelen in een onroerendezaaklichaam. Voldoende stof kortom voor onderstaande beschouwing.

1 Wet OB 1968

1.1 Eerder btw bij bouwterreinen?

Onbebouwde grond kwalificeert als bouwterrein voor de btw onder meer als sprake is van bewerkingen met het oog op de bebouwing van de grond. In een voor de praktijk toch wel verrassend arrest uit 2001 4 overwoog de Hoge Raad dat alleen bewerkingen meetelden die waren uitgevoerd nadat het desbetreffende terrein onbebouwd was geraakt. De enkele sloop en verwijdering van een oud gebouw leidde als zodanig niet tot het ontstaan van een bouwterrein. Hiervoor waren nog ‘nasloopse’ bewerkingen nodig. Overigens overwoog de Hoge Raad in 2008 5 dat deze bewerkingen van een gering kaliber mochten zijn.

Inmiddels twijfelt de Hoge Raad of het stellen van de eis van nasloopse bewerking in overeenstemming is met de btw-richtlijn. In september van afgelopen jaar volgde ter zake…

Verder lezen
Terug naar overzicht