Nieuw beleid samenloop btw en overdrachtsbelasting


In een recent besluit, is de minister van Financiën ingegaan op de heffing van btw en overdrachtsbelasting ter zake van de levering van onroerende zaken. Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van enkele besluiten over de samenloop van de heffing van overdrachtsbelasting en omzetbelasting. Het besluit bevat een aantal nieuwe standpunten en goedkeuringen, welke hierna in hoofdlijnen worden behandeld.

Voorts heeft de minister besloten de Toelichting bij de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV) in te trekken. Als gevolg van wetswijzigingen en jurisprudentie heeft de Toelichting namelijk haar actualiteit en belang inmiddels verloren. Een tweetal goedkeuringen wordt met inachtneming van een overgangsperiode ingetrokken.

Algemeen btw en overdrachtsbelasting

In de samenloopvrijstelling worden verschillende begrippen aangehaald uit de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968). De samenloopvrijstelling regelt wanneer bij een met btw belaste levering de verkrijging is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Voor de uitleg van deze begrippen voor de heffing van de overdrachtsbelasting zijn de uitgangspunten beslissend die gelden voor de heffing van de btw.

Voor de beoordeling of voor de toepassing van de samenloopvrijstelling sprake is van een zelfstandige onroerende zaak, wordt dus aangesloten bij de Wet OB 1968. Als een onroerende zaak voor de toepassing van de Wet OB 1968 wordt gesplitst in verschillende zaken, wordt de samenloopvrijstelling toegepast op deze afzonderlijke zaken. Als bijvoorbeeld een verdieping van een kantoorpand nog niet in gebruik is genomen, terwijl de rest van het pand al meer dan twee jaar geleden in gebruik is genomen, is bij verkrijging (van een ondernemer) van het gehele pand die nog niet gebruikte verdieping separaat belast met btw en vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

In de samenloopvrijstelling wordt…

Verder lezen
Terug naar overzicht