Nieuwe jurisprudentie vormt geen grond voor herziening


Samenvatting

Hof Arnhem heeft het beroep van belanghebbende tegen de hem opgelegde aanslag IB 1997 – waarin een verkapte uitdeling was begrepen – bij uitspraak van 27 april 2006, nr. 03/02095 ongegrond verklaard. Het hiertegen door belanghebbende ingestelde cassatieberoep is door de Hoge Raad bij arrest van 5 oktober 2007, nr. 43.330 verworpen onder verwijzing naar art. 81 Wet RO. In de parallelle vennootschapsbelastingzaak heeft de Hoge Raad (HR 5 oktober 2007, nr. 43.327, NTFR 2007/1819) belanghebbende in het gelijk gesteld. Belanghebbende grijpt dit arrest aan voor herziening van de hofuitspraak van 27 april 2006. Hof Arnhem (NTFR 2008/1991) wijst dit verzoek echter af. Nieuwe jurisprudentie vormt namelijk geen grond voor herziening als bedoeld in art. 8:88 Awb. Voorts is het hof van oordeel dat de herzieningsprocedure niet is bedoeld als een herkansingsmogelijkheid om een tot aan de hoogste rechter gevoerd en reeds afgesloten debat te heropenen.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Verder lezen
Terug naar overzicht