Nieuwe ontwikkelingen inzake wetsvoorstel tot wijziging van Successiewet (II)


Als vervolg op Notafax 2009, nr 198 volgt een tweede selectie. Uit de stukken leiden wij af dat de staatssecretaris hoopt dat de Tweede Kamer vóór Prinsjesdag instemt met de voorstellen.

- De normrente van 6% geldt ook bij de voorgestelde fictie in geval van een direct-opeisbare vordering (hieronder kunnen ook huwelijksvermogensrechtelijke vorderingen vallen). Dit betekent dat er een schenking wordt aangenomen voor zover de overeengekomen rente lager is dan 6%. Omdat sprake is van een fictiebepaling wordt niet getoetst of er een wil tot bevoordeling aanwezig is. Om een te ruime werking te voorkomen wordt voorgesteld dat artikel 15 nieuw SW alleen geldt voor leningen die direct of indirect zijn aangegaan tussen natuurlijke personen en de lening niet beroeps/bedrijfsmatig is verstrekt. Er geldt geen overgangsregeling zodat de nieuwe fictie per 1 januari 2010 effect zal hebben.

- Omdat ter zake van verrekenbedingen in huwelijkse voorwaarden geen wetswijziging is beoogd, is artikel 11 lid 4 nieuw SW in lijn gebracht met het huidige artikel 7 SW.

- In het nieuw voorgestelde artikel 11 lid 1 SW is een regeling opgenomen als tijdens leven goederen worden verkregen krachtens een toedelings-, overnemings- of verblijvensbeding.

- De staatssecretaris merkt op dat bij een overlijden of schenking in het jaar 2010 een woning wordt gesteld op de WOZ-waarde per 1 januari 2009 krachtens artikel 21 lid 5 nieuw SW. In het nieuw voorgestelde artikel 21 lid 7 SW is een voorziening getroffen als zich een belangrijke verandering heeft voorgedaan in de toestand van de woning. Verder is voor verhuurde woningen een nieuwe waarderingswijze voorgesteld in artikel 21 lid 8 nieuw SW.

- In afwijking van het oorspronkelijke wetsvoorstel kunnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van artikel 35b SW toch gelden bij een fictief aanmerkelijk belang ex 4.11 Wet IB 2001.

- Voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wordt een andere wijze voorgesteld waarop het vermogen van een werkmaatschappij wordt toegerekend aan de holding.

- Opgemerkt wordt dat het mogelijk blijft dat ná de aangifte een verzoek om toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling wordt ingediend zolang de aanslag niet onherroepelijk is.

- De staatssecretaris is thans van mening dat IB-latenties bij de bedrijfsopvolgingsregeling niet aan de ‘top’ maar ‘pro rata’ moeten worden toegerekend (zie Notafax 2009, nr 159).

- De staatssecretaris merkt op dat bij een Sociaal Belang Behartigende Instelling periodieke giften aftrekbaar kunnen zijn als de SBBI voldoet aan artikel 6.33 lid 1 letter c Wet IB 2001. Anders dan een ANBI hoeft een SBBI niet te worden gerangschikt voor de SW-vrijstelling.

- Voor landgoederen is een nieuwe antimisbruikbepaling bedacht (artikel 7 lid 4 nieuw NSW).

- Volgens de staatssecretaris is het thans niet mogelijk om defiscalisering in te voeren in de SW. Het onderzoek om defiscalisering in de Wet IB 2001 uit te breiden is nog niet afgerond. De staatssecretaris verwacht eind 2009/begin 2010 hierop terug te komen.
TK 31930, nrs 9 en 10

Verder lezen
Terug naar overzicht