Naar de inhoud

Nominaliteitsleer op vergoedingsrecht dat vóór 1 januari 2012 was ontstaan

Het huwelijk van M en V is in 2011 door echtscheiding ontbonden. Thans is tussen hen onder meer een geschil ontstaan over de vraag of de nominaliteits- dan wel de beleggingsleer geldt op het vergoedingsrecht dat V op M heeft door investeringen in de onroerende zaken van M.

In hoger beroep overweegt het Hof onder meer dat bij vergoedingsrechten die zijn ontstaan vóór 1 januari 2012 moet worden uitgegaan van de nominaliteitsleer tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden waardoor het onaanvaardbaar is dat V slechts aanspraak kan maken op de nominale…

Wetgeving
Jurisprudentie
Officiële publicaties
Europese regelgeving
Soort nieuwsUitspraak
Publicatiedatum25-10-2013
Nummer2013/0281