Normaal vermogensbeheer, dus bedrijfsopvolgingsfaciliteit is niet van toepassing


Samenvatting

Erflater overlijdt in december 2013. Tot zijn nalatenschap behoren de aandelen in C bv. In geschil is of C een materiële onderneming drijft, met als gevolg dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van toepassing is op deze aandelen. Op basis van de feiten komt de rechtbank tot de conclusie dat de werkzaamheden die deze vennootschap verricht bestaan uit onderhandelingen met huurders en het opstellen van huurovereenkomsten, inning en huuradministratie en beheer van de onroerendgoedportefeuille. De gestelde projectontwikkeling hebben ofwel ruim vóór, dan wel ná het overlijden van erflater plaatsgevonden, met als gevolg dat deze geen rol spelen bij de beoordeling van de activiteiten van C in 2013. Vervolgens concludeert de rechtbank dat de verrichte arbeid naar aard en omvang niet meer omvat dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is, zodat geen sprake is van een materiële onderneming en de inspecteur de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit terecht heeft geweigerd.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

Opnieuw een uitspraak over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vererving van aandelen in een vastgoedvennootschap. In juli 2013 was de huwelijksgemeenschap die bestond tussen erflater en zijn echtgenote opgeheven door het maken van huwelijksvoorwaarden. Alle aandelen in de vastgoedvennootschap zijn daarbij toebedeeld aan erflater, waardoor die tot zijn privévermogen zijn gaan behoren. Na zijn overlijden in december 2013 werden de aandelen vervolgens bij de verdeling van de nalatenschap toebedeeld aan twee van zijn kinderen die de belanghebbenden zijn in deze zaak. Zij waren van mening dat in de vastgoedvennootschap een onderneming werd gedreven in materiële zin. Hierdoor zouden de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de SW 1956 van toepassing zijn.

Zoals bekend is hiervan sprake bij aanwezigheid van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die is gericht op…

Verder lezen
Terug naar overzicht