Notariële informatieplicht bij rechtshandelingen met speciale risico’s en een juridisch onkundige partij (1996.16.2155)


In zijn commentaar op het arrest HR 26 januari 1996, RvdW 1996, 46; JBN 1996, nr 25; Notafax 1996, nr 38; ND 96.12.2120, inzake Dicky Trading II verwijst Zijp naar de conclusie van Luyten in zijn noot onder het eerste arrest in deze zaak van 18 december 1992, NJ 1994, 91, dat de in de jurisprudentie gehanteerde normen voor de aansprakelijkheid van de notaris, zoals een verzwaarde informatieplicht jegens een zwakkere partij, slechts gelden naar omstandigheden en dat de schadeplicht vermindert of vervalt bij eigen schuld of eigen deskundigheid van de klager.

Zijp merkt op dat de verzwaarde informatieplicht jegens een zwakkere partij in het tweede arrest wordt aangevuld met een vraagplicht van de notaris. Nu de aan de verkoper toe te rekenen omstandigheden in het niet vielen ‘bij de aan de notaris toe te rekenen omstandigheden’, is er geen plaats voor mitigering of verval van de schadeplicht van de notaris. Deze uitspraak lijkt Zijp in lijn met onder meer HR 20 januari 1984, NJ 1989, 766; JBN 1993, nr 65 en 1994, nrs 28 en 132 (Groningse huwelijksvoorwaarden), waarin ook een informatieplicht werd aanvaard inzake specifieke aan de rechtshandeling verbonden risico’s ter voorkoming van misbruik van juridische onkunde en feitelijk overwicht.

P. Zijp

V&O 1996 blz. 34

Verder lezen